De samenleving als Tour de France

Gisteravond was ik live op de lokale radio. Tja, ik ben lijsttrekker he, dat hoort er dan bij. Ik vind het leuk hoor, geweldig leuk zelfs. De eerste twee minuten zijn even raar met al die microfoons en lampjes, en dan vergeet ik dat en zit ik te praten met de journalist tegenover me. Niet helemaal ontspannen, want spanning geeft de adrenaline die me scherp houdt. Het is een praatprogramma waarbij elke zes minuten of zo een plaatje wordt gedraaid. En dat een uur lang, dus een stuk of zes korte gesprekjes. Lekker is dat, zo kun je steeds weer even af- en opladen. En lokaal he, geen miljoenenpubliek.

Goed, waar hadden we het over? Het gesprek draaide in rondjes rond steeds hetzelfde thema: de middenklasse die er steeds minder bijhoort.

De samenleving wordt zo ingewikkeld dat steeds meer mensen moeite hebben om mee te komen. Je wilt een PGB aanvragen, en je verzandt in de regels en uiteindelijk laat je het maar zitten. Of je vraagt hulp bij een professional, maar in elk geval kun je het niet meer zelf. Daarna moet je een hele administratie bijhouden en o wee als je daar een foutje in maakt. Wat ook geldt voor mensen met een uitkering: een keer een foutje en je gaat voor duizenden euro’s het schip in: terugbetalen dat onverdiende geld, en daarbovenop een boete. En dat voelt zo onrechtvaardig gezien de tonnen die sommigen ongestraft zelf naar binnen hengelen.

Alles moet digitaal, je kunt niet eens meer bellen: deze week stond in de Volkskrant dat een derde van de gemeentes in Nederland op de website geen telefoonnummer of e-mailadres meer vermeldt, alleen een contactformulier. Het is niet alleen mijn Moeder van 88 die daar niet mee om kan gaan, het is een grote groep geworden. Je kunt niet onaangekondigd bij de balie langsgaan en desnoods ter plekke een formuliertje invullen. Nee dat moet thuis, via de website. Maar de gemeente is er toch voor de inwoners, voor mij, zie ik de mevrouw vertwijfeld denken. Nou dan zoekt ze het zelf wel uit, ze wilde even iets weten.

Deze week las ik dat de NAM 1,2 miljard had uitgegeven in de schadedossiers. Driekwart daarvan was opgegaan aan adviseurs en juristen, een schamele kwart van het bedrag was uitbetaald aan de mensen met schade. Logisch dat de mensen het vertrouwen in de NAM maar ook in de overheid allang kwijt zijn.

En dan lees ik weer dat de fondsen om kinderen die opgroeien in armoede, voornamelijk gebruikt worden door hoogopgeleiden. Die inderdaad in armoede zitten, ze horen bij de doelgroep, dus het is prima. Maar niet-hoogopgeleiden kennen het fonds niet, weten de weg niet, schamen zich om te vragen, weet ik veel, in elk geval gebruiken ze het minder.

Dan lees ik weer dat de overheidssubsidies op het vergroenen van huizen, isoleren en overstappen op gasloze energie, ook vooral bij de rijkere huizenbezitters terechtkomen. Dat je immers voor het binnenhalen van subsidie, wel zelf een grote pot met geld in moet leggen. Logisch, zo werkt subsidie, en daarna heb je tot in lengte der dagen gratis stroom. En je krijgt geld voor de stroom die je teveel opwekt en aan het net levert. Handig die subsidie, ik wou dat ik er geld voor had. Huizenbezitters die het allemaal net rondbreien en huurders op de particuliere markt zullen straks als laatsten aansluiten in de rij, als de subsidiepot allang leeg is. Want die wordt gevuld uit de energietransitiebelasting, en hoe meer mensen eigen energie opwekken, des te minder komt in de subsidiepot.

Ik vind dat de overheid er moet zijn voor de grote middenklasse. Daarboven heb je een kopgroep die zichzelf prima redt. En eronder heb je een achterhoede die wat extra steun nodig heeft om goed mee te komen. De route van de Tour de France zet je zo uit dat het peloton er met zijn allen tegelijk langs kan en je zorgt voor een bezemwagen.

Het lijkt erop dat de overheid er steeds meer is voor de kopgroep. ‘O nee, aan de anderen denken we ook, fijn dat u het zegt, dat moet inderdaad goed geregeld worden.’ Alsof het peloton een uitzondering is in plaats van het gemiddelde. Ik vind dat de overheid te hoog inzet, het systeem te ingewikkeld maakt, te lastig voor de meesten, teveel inzet op zelfredzaamheid, teveel rekent op buren, mantelzorg en vrijwilligers die het voor de middenklasse draaglijk houden.

Ik vind dat een zorgelijke ontwikkeling, en gelukkig ben ik niet de enige. Ik ben actief in de PvdA, en wij hebben helaas zelf een behoorlijke steek laten vallen. Anders waren al die belangenpartijen niet ontstaan, die immers voor een groot deel afsplitsingen zijn van de PvdA. Maar nu de sociaal-democratie in Den Haag zo klein is, spreek ik wel bijzonder veel mensen die beamen dat de afkalving van de PvdA een slechte zaak is. Dat Nederland een sterke sociaal-democratische partij nodig heeft, om op te komen voor de belangen van de middenklasse, en om uit eigen ervaring te weten hoe de bezemwagen eruit moet zien.

 

 

Advertenties

Opwarmen met een houtkachel

Meestal sta ik eerder op dan de rest van dit huishouden. Dan vind ik het nogal zonde om de centrale verwarming hoger te zetten: dan warmt het hele huis op terwijl ik alleen mijn eigen deel beneden gebruik. Dat deel kan ik ook prima verwarmen door de houtkachel een half uurtje te stoken.

Er zijn nogal wat discussies gaande dat het stoken van hout zo slecht is, met name voor je buren. Ik weet niet, het lijkt me dat een auto nog altijd nog slechter is, of sigaretterook. Ik ben wel overtuigd geraakt dat het dicht isoleren van je huis niet goed is voor de binnenlucht. Een tochtig huis waait lekker door, en dat is slecht voor het vasthouden van warmte maar goed voor luchtkwaliteit. Mijn huis is niet goed geisoleerd. Dat wil zeggen: de spouwen zijn gevuld, maar het glas is enkel. Het ventileert lekker door, en ik zie geen probleem in het stoken van hout in een houtkachel. Mijn hele benedenverdieping kan ik zo verwarmen. Ik stook een half uurtje totdat de kachel zelf gloeiend heet is, en dan laat ik het vuur uitgaan waarbij de kachel nog een uur of vier warm blijft. Pas dan draai ik de thermostaat hoger van de CV op gas.

Het scheelt heel wat gas, en daar moeten we met zijn allen zo snel mogelijk van af, toch? Tenzij Zoon vergeet de thermostaat lager te draaien als hij gaat slapen, zoals vannacht: word ik wakker, is mijn hele huis warm. Bah, daar gaat mijn zuurverdiende geld.

Ik gebruik knutselhout uit mijn eigen voorraad in de schuur, dat ik ook wel eens uit bouwcontainers pluk, en sprokkelhout uit het park voor mijn huis. Absoluut droog hout, zonder lak en verf uiteraard.

Tijdens het zagen van hout word ik overigens warm genoeg, dan hoeft de kachel helemaal niet aan. Maar eerlijk gezegd zaag ik deze winter hout elektrisch. Dat heeft verder alleen nadelen: het kost stroom, het apparaat is een lawaaiding, en ik word er niet stoer en sterk van en wel koud. Het enige voordeel is dat het toegeeft aan mijn luiheid.

Mijn excuus is dat het gemakkelijk te zagen hout inmiddels op is gebrand. Nu ligt er alleen nog lastig te zagen hout zoals brede eikenhouten planken van een kelderkast van de vorige bewoners. Mooi hout, maar dat staat er dus al tien jaar en daar ga ik nooit meer wat mee doen. De elektrische zaag vindt het fantastisch, eindelijk wat te doen.

Gisteren waren de aanmaakblokjes op. In Afrika heb ik geleerd vuurtjes aan te maken met een plastic zakje en benzine, maar iets zegt me dat dit niet zo goed is voor het milieu. Understatement, voordat jullie allemaal hierop reageren. Het kan ook met schors van berken, maar die groeien niet zoveel in Afrika. Ik word melig, sorry. Echte vuurmakers doen het zonder, bouwen geweldige piramidetjes eerst met minihoutjes, daaromheen iets grotere, en zo door tot een geweldig knapperig kampvuur. In mijn houtkachel begin ik met twee aanmaakblokjes. Niet van die witte maar bruine, ze zien eruit als geperst zaagsel.

Vanmorgen bij de supermarkt zag ik ze niet. Raar, ze lagen altijd naast de haardblokken in papier, maar nu niet. De Hema heeft ze uit het assortiment gehaald. Het Kruidvat schudt ook van nee. Nou moe, ik dacht dat aanmaakblokjes iets heel normaals waren, maar ik kan ze nergens vinden. De helpster in de Blokker vertelt dat haar moeder uiteindelijk maar naar de Gamma is gegaan, want hier in het centrum van Wageningen kon zij ze ook niet vinden. Ik loop nog even bij de Wibra naar binnen, ook mis. Dan maar naar de Action. En ja hoor, daar liggen ze, grote stapels. Ja geen wonder als je de enige winkel bent in deze stad die ze verkoopt…..

Met twee pakjes loop ik blij naar huis. Dat heeft me toch een heel uur zoeken gekost, en dat voor 69 cent.

 

Wandelen op Zondagmiddag

Hoort wandelen op zondagmiddag bij de tradities van een ouderwets normaal Nederlands gezin? Ik vraag me af of jonge gezinnen nog steeds wandelen op zondagmiddag. Wij vroeger in elk geval wel. Nou was er ook bijzonder weinig te doen op zondagmiddag: ’s morgens gingen we naar de kerk, maar zondagmiddag verveelden we ons. Niet alleen mijn broer en ik, ook Moeder. In de tuin werken mocht niet, het huis of de auto poetsen mocht ook niet, boodschappen doen kon niet want de winkels waren dicht. Kennissen gingen dan nog maar eens naar de kerk, maar in ons dorp was die ’s middags ook dicht. Dan maar wandelen. Zonder mijn vader, want die zat meestal de hele middag piano te spelen. Waardoor het voor ons nog vervelender werd, want broer en ik moesten dus stil zijn in de huiskamer. Boven op onze eigen kamers viel niets te beleven, in de winter was het daar bovendien koud. Zomers speelden we buiten, maar in de winter gingen we maar uit arremoede vrijwillig met Moeder wandelen.

Ik wandel nog steeds veel op zondag. Maar op zondag wandelen heeft wel wat nadelen: zeker de bossen zijn voller dan op maandag (stadsmensen lopen het liefst door een bos, herkenbaar?) en ik besef heel goed dat ik vanuit de luxe praat om ook op maandag te kunnen wandelen. En, grootste nadeel, er rijden op zondag veel minder bussen. Ik heb wel eens 55 minuten moeten wachten bij een bushalte waar niet eens een bankje was: de bus kwam langs toen ik aan kwam lopen, en ja hoor, die reed een keer per uur. Nou ja je begrijpt dat ik niet heb staan wachten maar lopend verder ben gegaan. Sindsdien wandel ik op zondag alleen rondjes waar ik met de fiets naartoe kan.

Of, ooh hoe tegen mijn principe, met de auto samen met Vriendin die ook graag wandelt. Dan rijd ik het liefst naar een plek waar ik met fiets of bus slecht kom. Zoals Otterlo. Afgelopen zondag wilden we lopen door het prachtige Otterlose Bos, maar dat lukte niet. Lees over het hoe en wat van deze tocht.

Na de wandeling bleek dat een koplamp het niet deed. Wat een gedoe is dat verwisselen van een lampje zeg, kan dat niet eenvoudiger? We zagen niets in dat hoekje onder die motorkap, en prutsten wat in de rondte. Op mijn gevoel haalde ik het rubberen kapje eraf, stroomaansluiting eraf, veer los, lamp eruit. Daarna met een nieuwe lamp alles weer goed zien te krijgen. Uiteindelijk hebben we toch maar de Wegenwacht gebeld. jaja. Nou die heeft bij het licht van een zaklantaarn ook nog een tijdje staan prutsen.

Daarna snel naar het dichtstbijzijnde eetcafe.

 

 

mijn andere blog: landschaplopen

Is het echt al bijna een maand geleden dat ik een stukje op dit blog heb geschreven? Wat gaat de tijd toch snel, en dus het hele leven. 2018 alweer. De zon schijnt, de uiterwaarden staan onder water: buiten trekt, deze computer minder.

Ik heb wel elke dag geschreven, maar op mijn andere blog: lopen en landschap.

Lekker buiten zijn, door mooie boeken en atlassen bladeren, interessante sites bezoeken: zo leuk. Ik ben zo’n persoon die van alles uitzoekt voor een reis,  in de historie duikt, eindeloos op kaarten tuurt. En dan tot horensdol mijn reisgenoten aan het hoofd zeurt over ditjes en datjes. Ik wandel meestal alleen, en dan zoek ik ook van alles na en uit en op. Waarom ligt hier een wal en daar een bult, waarom ligt hier veen en daar zand? Ik kreeg de behoefte dat allemaal op te schrijven, want al googelend ontdekte ik steeds meer leuke sites en interessante dingetjes over de plekken waar ik kom. Sites die gespecialiseerd zijn in grenspalen, in sluizen, in gemalen, in vloeiweides, in geologie, sprengenbeken, allemaal even boeiend. Later vergat ik dan die site weer, raakten de feiten in vergetelheid, en moest opnieuw beginnen als ik weer eens ergens ging wandelen.

Nou, daar heb ik mijn blog ‘wandelweekend’ voor gebruikt. Geleidelijk wordt het beter: geen tweedaagse routebeschrijvingen meer maar losse wandeltips zonder route. Elke keer als ik iets vind over dat bewuste stukje aarde, voeg ik het toe. De beschrijvingen worden dus voortdurend aangevuld.

Ik zal me beperken tot de omgeving van de stuwwallen uit het Saalien en de landschappen die daardoor beinvloed zijn, ongeveer dan he, jullie kennen mijn hoofd inmiddels, dat gaat alle kanten op. En ik beperk me tot de dingen die niet in de bekende boekjes van de lange afstandspaden worden vermeld. Geen molens en kastelen dus, wel sandrs, heulen, sluizen, stuwwallen, doorbraakdalen, vloeiweiden en uitwaaiingsvennen. Met waterwerken en geomorfologie als centrale aandachtspunten. En dakpannen, ik ben dol op dakpannen. En grenspalen, ik ben ook dol op grenspalen.

Ik zou het reuze op prijs stellen als je een kijkje komt nemen op mijn andere site https://landschaplopen.wordpress.com/ Ik krijg er nu een bezoeker per dag, en ik heb net de url veranderd dus die ene bezoeker zal nu ook wel afhaken. Niet slim niet slim. En ik lees graag je opmerkingen en tips.

Minder: een hele kamer leeg

Wie dit blog langer volgt, weet dat ik aan het opruimen ben. Niet omdat ik omkom in de troep, maar omdat ik me vrijer wil voelen. Geen drempel wil zien voor het geval ik zou willen verhuizen. Niet dat ik wil verhuizen, maar ik wil ook niet tot mijn 90ste in mijn eentje in een groot huis wonen. Niet dat ik nu in mijn eentje woon, want Zoon3 woont hier en twee Huisgenoten. Maar toch maar toch, die spullen houden me vast, verhinderen me te springen.

Ik houd van hotels en vakantiehuisjes en airbnb-appartementen en B&B’s. Ik houd van die onpersoonlijke sfeer met een aquarel van een bloemstuk aan de muur, een lege kledingkast waar ik dan mijn ene jas en broek en jurk in hang en mijn ene paar schoenen in zet. Meestal pak ik daar al snel mijn ipad of laptop en ga lekker zitten aan het superonpersoonlijke tafeltje en loop vol ideeën. Of ik ga wandelen in de omgeving, lopen in een onbekende stad, met de metro naar een koffieplek en geniet.

En dan denk ik zo vaak: laat ik nou eens alles thuis wegdoen. Maar dat is zo gemakkelijk gezegd als je niet thuis bent. Eenmaal thuis heb ik er geen zin meer in en wikkel me in het comfort van het eigen huis. Dat wikkelt prima, maar levert geen inspiratie op, wel rust en ontspanning.

Toch ben ik al een heel eind opgeschoten. Van een vol huis met zeven slaapkamers die allemaal in gebruik waren, is dit huis opgeschoond tot een appartement voor mij beneden plus slaapkamer boven, een kamer voor Zoon3, drie logeerkamers en twee kamers voor Huisgenoten. In die logeerkamers staan steeds minder spullen van mij. Het worden al bijna onpersoonlijke B&B-kamers met een bed, tafeltje, stoel, kast en schilderij aan de muur.

Ik ben een heel eind, maar ben er nog niet helemaal. De minst gebruikte logeerkamer is nog een beetje een rommelhok. Daar zit een vliering boven en daarop ligt een zespersoonstent, twee accordeons, een gitaar, een oude naaimachine, een platenspeler, koffers en tassen, mijn kerstboom en drie of vier dozen met spullen van Zoon1 die in Berlijn woont, in die kamer staat een boekenkast met de oude kinderboeken en met een volledige serie ‘Handwerken zonder Grenzen” (hebben? kom maar halen). Er liggen nog twee violen en misschien wel tien blokfluiten. Er staan de koffers met herinneringen van mijn Zoons.

En nou vraagt een van de Huisgenoten of hij niet die kamer erbij kan gebruiken. Dat moet kunnen, eigenlijk moet ik daar niet moeilijk over doen. Want over tien jaar wil ik misschien nog wel steeds hier wonen, maar dan met twee leeftijdgenoten. Dat moet met een beetje goede wil kunnen, ieder een verdieping. Er zitten drie keukenblokken in dit huis, twee wc’s, slechts een badkamer helaas. Dan moet die kamer ook leeg dus.

Ik wil dat al mijn spullen in mijn appartement beneden passen, plus kelder, schuur en mijn slaapkamer. Absoluut geen rommelzolder. Mijn kampeerspullen moeten gewoon in mijn slaapkamer. Op die blokfluiten speel ik nooit, ik hoef geen twee naaimachines, ook geen zespersoonstent die ik zelf niet eens kan optillen, de accordeons gebruik ik ook niet. Alleen voor de koffers met jeugdherinneringen van mijn zoons moet ik echt een plek zoeken, maar de rest kan weg. Niet weg in de kliko, maar verkocht, weggegeven, hergebruikt. Denk ik, en ik begin.

Het kan het kan, maar voorlopig loop ik me dus suf te sjouwen met troep en loopt mijn eetkamer vol. En dan blijkt het leuke: daar staat op een boekenkast een kist met bubbeltjesplastic, en dat gebruik ik helemaal nooit, dan heb ik liever daar mijn accordeon. De blokfluiten heb ik eigenlijk liever om me heen dan dat oude wijnkistje met twee flessen wijn van de makelaar die natuurlijk niet meer te zuipen is. Die tweede accordeon is zo mooi, die zet ik liever op een kast dan dat stomme ding wat er nu staat en wat er alleen maar staat omdat er plek was.

Zal ik de twee violen aan de muur hangen? De blokfluiten ook? Ik krijg er zin in.

Pakjespost, pure uitbuiterij

Je koopt uiteraard duurzame superbewuste groene cadeautjes, kleren, spullen, etc via internet, maar besef wel dat het pakje naar jou toe komt via uitgebuite werknemers. Post NL, een degelijk beetje saai bedrijf toch, is weer eens negatief in het nieuws.

Vroeger liep er een postbode door ons dorp. Hij was de vader van twee vriendinnetjes. Hun vader was postbode, mijn vader was componist. Postbode klonk toch echt degelijker. Hij zag er mooi uit in zijn uniform. Ze woonden in net zo’n huis als wij, zelf gekocht dus voor ongeveer 30.000 gulden. Tja, daar koop je nu een schuurtje voor.

Postbode was gewoon een baan waar een gezin van kon leven, met een eigen huis. Ik meen dat hij een scooter had. Tja, wij hadden een Daf 33. Het was een degelijk, bescheiden levend gezin. Moeder thuis, vader postbode, twee kinderen.

En nu? Postbode is een slecht betaalde bijbaan. Het rondbrengen zelf gaat nog wel, maar het sorteren van de post doe je dus in je vrije tijd, op de grond in de zitkamer. Hee, dat deed mijn broer vroeger als bijbaan, dat was betaald scholierenwerk. Een half jaar geleden kropen wij hier met zijn vieren twee keer per week over de vloer in de eetkamer onder het genot van een kop koffie maar zonder er een euro voor terug te zien. Hoorde bij het baantje van postbezorger dat Huisgenoot tijdelijk had aangenomen.

Enkele jaren geleden bleek dat de pakketbezorgers van Post NL werden uitgezogen. Ze werden freelancers genoemd, dat scheelde lekker veel geld voor Post NL. Ze moesten zelf hun busje kopen, en ja daar moest Post NL op staan en nee die mochten ze niet ergens anders voor gebruiken want dan werd de naam van Post NL geschaad. Ze moesten in een Post NL uniform de pakjes rondbrengen, en zelf hun uniform kopen en mochten niet als freelancer intussen ook nog andere opdrachten aannemen. Flutfreelancers dus, schijnzelfstandigheid. Het is nu vast ietsje beter zodat het net past in de wet. Bah.

Vanmorgen in de Volkskrant weer zo’n artikel, dit keer over de sorteerders van de winterpakketpost die nachten doorwerken want de cadeautjes mogen niet te laat komen. Ze worden door Post NL ingehuurd vanuit een uitzendbureau. Zodat ze lekker het minimumloon kunnen betalen zonder secundaire arbeidsvoorwaarden, geen pensioenopbouw, geen vakantiegeld en ga zo maar door. Bah bah bah.

Ik koop mijn pakjes wel hier in de binnenstad. Bij de goedendoelenwinkels, speciaalzaken en tweedehandswinkels.

TV de deur uit, tijdperk voorbij

Een tijdperk voorbij: de TV staat klaar in de gang om weggebracht te worden naar de milieustraat. HIj kijkt me meewarig aan, we hebben veel samen beleefd, hij en ik. Is het afgelopen met onze vriendschap? Ik vind oude dingen wegdoen echt lastig en voel wel wat voor het geloof dat dingen ook een ziel hebben. Ik weet natuurlijk best dat dat niet zo is, maar toch maar toch.

Deze TV heb ik gekocht in 2004, net terug in Nederland. Ik wou perse een kleine flatscreen. Die grote glimmende bestonden nog niet, maar daar was ik ook niet naar op zoek. Ik heb toen voor 700 euro deze TV gekocht, iets groter dan het scherm dat ik nu voor mij heb, met een stukke pixel, waardoor alle donkere films een sterretje teveel hebben. Vanwege die stukke pixel kreeg ik 50% korting, in een zaak die nu allang failliet is.

Deze TV was dus in 2004 1400 euro, wow, nu krijg je er geen tientje meer voor. LCD scherm, niet scherp, klein beeld. O ja, de aansluiting is zo verouderd dat ik een keer met een kroonsteentje een nieuwe plug eraan heb moeten zetten toen ik weer eens een nieuw modem kreeg van Ziggo of Chello, zonder gaatje waar mijn TV in paste! En deze TV is pas 13 jaar oud!

Dat is overigens allemaal niet de reden dat hij weg moet. Zoon3 heeft me overtuigd dat een TV abonnement niet nodig is. Ik kijk toch alleen de eerste tien zenders, en die kan ik wel van de kabel halen. Klopt, scheelt weer 60 euro per jaar, maar toen was ik Politiek24 kwijt, en dat is mijn achtergrondradio.

En zo ontdekte ik TV kijken op de laptop. Het scherm is net zo groot, helderder, beter geluid, beter beeld. Ik kan alles wat ik wil zien op deze laptop zien, NPO dus. Waarom heb ik niet eerder geluisterd naar Zoons die me dit al zo vaak hadden gezegd (Ik typte net eerst de zin ‘Waarom heeft niemand me dat eerder verteld?’, maar ik moet toegeven dat Zoons me dit al heel vaak eerder hadden verteld. Maar sommige ontwikkelingen gaan me te snel, ik heb dan zin om te bankhangen en geen zin om te luisteren naar een verhaal over TV en computers en Ziggo en wifi en kabel en het verschil met online kijken.)

Toen ik in 2008 twee appartementen maakte op zolder, heb ik nog zelf helemaal in mijn eentje door mijn hele huis een TV-netwerk aangelegd. Zoon wilde TV op zijn kamer, ik op mijn slaapkamer, dus we hadden vier TV aansluitingen nodig, want de twee kamerbewoners wilden dus ook TV. Later, toen de asielzoeker anderhalf jaar bij mij logeerde, maakte ik er nog een aansluiting bij, vijf TV’s in een huis.

Naast de TV staat er een grote plastic zak vol witte snoeren, verdeeldingen, kabelverlengdingen klaar om weggebracht te worden. Allemaal tien jaar geleden voor veel geld gekocht. Ik vraag timide aan Huisgenoot, gebruik je wel eens de TV-aansluiting? Hij kijkt me aan alsof ik vraag of ik het over een telexverbinding heb. Volkomen verouderd, een TV-aansluiting, waar heeft ze het over. Tja, tien jaar geleden, toen dit top modern was, zat deze jongen nog op de lagere school en had waarschijnlijk geen idee hoe het Sinterklaasjournaal in en uit zijn TV kwam.

En zo is er weer een tijdperk voorbij. Het TV-tijdperk. De generatie van mijn ouders richtte de zitkamer in met de TV als middelpunt van aandacht. De hele avond keken we TV, Nederland 1 en 2 hadden we, en Duitsland, want daar sneeuwde het net iets minder dan in Hilversum. De volgende dag op school was de TV van de avond ervoor een vast gespreksonderwerp.

TV was toen nieuw. Ik denk dat mijn Vader een TV kocht vanwege de maanlanding. Was dat in 1969? Ik mocht alleen naar ‘Woord voor Woord’ kijken, kinderverhalen uit de Bijbel. Mijn ouders keken naar de NCRV. Ha, toen kwam de VPRO, vrijzinnig protestants, en ging voor mijn Vader de wereld open. Hij zat zich te bescheuren bij de dikvoormekaar show van Sjef van Oekel, en mijn Moeder, die veel strenger in de leer was en vaak ’s avonds naar vergaderingen van de kerkeraad ging, maar denken dat hij naar de keurige vrijzinnig protestantse radio omroep keek. Mijn vader kende de hele Bijbel uit zijn hoofd, en gooide er zo een bijbeltekst overheen als de dominee hem fijntjes erop wees dat iets eigenlijk niet mocht.

O ja, TV. Dat was zo’n bolle beeldbuis waarop het altijd sneeuwde. Ik denk dat ik echt dacht dat het sneeuwde op de maan. Had ik immers zelf gezien.

Ik kan me bezorgde wijsneuzen herinneren die zorgelijk verkondigden hoeveel uren jongeren TV kijken. Nou, Zoons kijken nooit. Ze snappen echt niet dat ik naar iets kijk dat me toevallig voorgeschoteld wordt, en dan nog met reclame tussendoor. Ze kiezen zelf wat ze willen zien, en dat is eigenlijk altijd goed spul. Nooit ‘Ik vertrek’, ‘Boer zoekt vrouw’, of CSI, maar goede documentaires en films.  Ik inmiddels ook, hoewel: de zondagavond is mijn lievelingsavond met Witteman en de Monitor.

Op politiek24 hoor ik dat de Ster-inkomsten zo dalen. Het TV-tijdperk is gewoon voorbij en mijn TV en de zak met snoeren in de gang is daar een symptoom van. Ik heb dat hele tijdperk meegemaakt, opkomst, hoogtijdagen en verval.  Raar dat er nu kinderen opgroeien voor wie TV een verouderde technologie is. Voor wie TV net zoiets is als een Hoorspel op de radio voor mij: leuk als ouderen erover vertellen, verhalen uit de oude doos. Sommige veranderingen gaan me echt te snel.