Opruimen 52: er moet nog meer weg

Er moet echt nog meer weg. Hoe vol moet het hier tot vorig jaar geweest zijn, ik heb al zoveel weggedaan. Maar er moet nog meer weg.

Moeder kwam dus logeren met Pasen, en uiteraard had ik dat goed voorbereid. Haar logeerkamer zag er perfect uit, er stond zelfs een bloemetje op tafel. Ze heeft het heerlijk gehad en wil vaker een paar nachten blijven. Helemaal leuk natuurlijk.

Maar als ze er niet is, staat die kamer niet doelloos te wachten. Het is onze spelletjeskamer, Zoon2 slaapt daar regelmatig en ik gebruik hem voor werkoverleg. En er sluipen spullen naar binnen. Ik weet niet hoe die dat doen. Dat zijn dan spullen die ik even verplaats, even daar neerzet en daar staan ze dan te nietsen.

Die spullen moesten dus voor Moeder kwam de grote logeerkamer uit en konden wel zolang in de kleine logeerkamer ernaast. Maar met Pasen was ook Zoon2 thuis en nog een weekendlogee, dus die kleine logeerkamer was een beetje vol met overbodige spullen die geen plek hebben, Zoon2 en weekendlogee met zooi, en met de spullen die daar altijd staan te wachten op betere tijden.

Dit schiet niet op zo. Ik wil twee goede logeerkamers, en niet twee kamers waarvan ik de hele tijd de zooi heen en weer sjouw. Als ik had geweten dat Zoon2 en weekendlogee waren gekomen, had ik de zooi in mijn eigen slaapkamer gezet. Alles voor het plaatje he.

Nu iedereen weer weg is en de dagelijkse gang weer zijn gang gaat, zoek ik alles zorgvuldig en uiteindelijk bestaat het stapeltje dat weg kan uit vijf tijdschriften en twee schilderijen (categorie zigeunerin-met-traan uit een voorbije gekke verzameling van Zoon1). Dit schiet dus echt niet op.

Zucht steun, ik word zo moe van mezelf. Waarom lukt het me niet om gewoon de hele zooi in grote zakken te stouwen en weg te brengen.

Advertenties

Opruimen 50: Kast weg = meuk weg

De magnetron ging stuk. Daar ben ik niet rouwig om, maar Zoon3 wel. Nou ja, dan leert hij maar echt koken.

Die magnetron had ik aangeschaft toen in dit huis een asielzoeker woonde die alles met de magnetron gaar kreeg. Hele kippen gooide hij erin, diepvriesspinazie, aardappelen. Alles van de voedselbank zo in de magnetron.

Die kast was een beetje te ondiep voor die magnetron, dus zaagden we een gat in de achterwand. Maar zonder magnetron stond dat heel lelijk, zo’n gat achterin een keukenkast. Die kast staat nu in de tuin en aangezien hij loodzwaar is (dat heb je met nephout) zal dat nog wel even zo blijven.

Tot zover geen probleem. Maar behalve die magnetron stond er wel meer in die kast. Onderin kookboeken. Verder drie planken met borden, schoteltjes, bakjes, kommen, schalen, eierdoppen, citruspers. Bovenop een petroleumstel, broodrooster en staafmixer.

Toen ik de kast weg had geschoven verscheen er onverwacht nog een halve staafmixer, een lege fles frituurolie, wat hout, papier en heel veel spinnenwebben. Dat kon allemaal weg.

Maar de rest stond gezellig op de eettafel. En daar staat het nu nog, maar het wordt minder. Want wat moet, dat kan: weg.

Op de plek van de kast staat nu een kleiner houten rek. Dus keukenmeuk moet weg.  Vooral schalen, kommen en bakjes stapelen slecht, nemen belachelijk veel kastruimte in, en ik gebruik natuurlijk altijd dezelfde. Morgen breng ik ze allemaal op een paar favorieten na weg naar de Emmaus. Dus wie wil kan ze daar komen ophalen.

Opruimen 49: Een boekenkast met uitsluitend je favoriete boeken

De boekenkast!

Toen ik jong was en mijn bezit aan het uitbreiden was, was ik supertrots op mijn kast vol boeken. Die boeken toonden mijn identiteit. De oude Russen, Fransen, Duitsers en Tachtigers, de nieuwelingen uit Zuid-Amerika, Engeland, VS. Geweldig om te lezen en ik wilde al die boeken perse hebben. Waarom eigenlijk? Toen vond ik het blijkbaar belangrijk om te laten zien wat ik had gelezen. Ik was op zoek naar volwassenheid en eigenheid en die boeken hoorden erbij. Zoon2 heeft nu exact hetzelfde.

Hmm, wanneer was het omslagpunt? Lezen vind ik nog steeds geweldig, maar hebben hoeft niet meer. Ik hoef iets niet meer om me heen om te weten wie ik ben. Veel boeken die ik heb/had tonen bovendien een voorbije identiteit. Vooral kunstboeken kijk ik echt nooit meer in. Ook zijn veel boeken illusies: dat verzameld werk van Nietzsche ga ik echt nooit meer lezen.

Ik wil juist boeken bezitten die me inspireren. Dat kan best een boek zijn over breien of hoe je kamerplanten opkweekt uit zaadjes. Het was even een proces om toe te geven dat ik liever een boek over schoonmaken in de kast heb staan dan de verzamelde werken van Nietzsche. Want hmm, ik heb nogal een elitaire achtergrond van huis uit, waar de boekenkast een hele wand besloeg en boeken bovendien heilig zijn.

Maar goed inmiddels ben ik een vijftiger en wel losgekomen van mijn jeugd toch? Dus ook mijn boekenkast moet er aan geloven. Ik wil een Wall of Fame overhouden: mijn 100 topboeken. Het mogen er best 150 zijn hoor, daar gaat het me niet om. Het gaat erom dat mijn kast niet mijn identiteit hoeft te weerspiegelen maar me inspiratie moet geven. Inspirerende boeken leende ik eerst ook uit de bieb, maar dat bevredigt niet. Omdat ze dan verglijden uit mijn geheugen.

Ik ben hier meer dan een jaar geleden mee begonnen, en inmiddels is mijn kast totaal veranderd. Illusies die ik nooit zal lezen, boeken die me niets meer zeggen, verkleurde kunstboeken: ’t is allemaal weg. En nu ik weer ruimte heb, koop ik met veel plezier weer boeken, maar nu met een ander doel. Boeken ter inspiratie, om energie op te doen, om van te genieten. Ik heb al meerdere planken zo vol heerlijkheden staan, echt geweldig. Over monumentale bomen, over doolhoven, Sinterklaasvieringen bij expats, schoonmaken, het kweken van planten uit zaadjes van tropisch fruit van de markt, vegetarische curry, landschap en geologie. Geschiedenisboeken zoals over Congo, Vikingen, de Noordzee, Europa, de wereld. Er verschijnt zoveel moois! Ook literatuur waar ik helemaal ondersteboven van ben/was toen ik ze las: 100 jaar eenzaamheid, De ontdekking van de hemel, Misdaad en straf, De zwarte met het witte hart, Midzomernachtskinderen en Duivelsverzen.

Echt, een van de beste opruimdingen van het afgelopen jaar, ook al heeft het geen vierkante millimeter opgeleverd, was het compleet opnieuw opzetten van mijn boekenkast.

 

Opruimen 48: De voorraadkast wordt leger en leger

De eerste stap op weg naar een eenvoudige voorraadkast is het opeten van alle voorraden.

Ik ben een eind op weg. Inmiddels zijn twee soorten macaroni, glascouscous, bulgur, rijst, sojabrokken en een soort grauwe linzen op. Plus kemirinotenpasta, zo’n kartonnen pyramide met Zwitserse strooikaas en een fles loempiasaus (nog even en ik moet alles op smaak maken met Worcestershiresaus). Alleen de pot met hard geworden baobabpoeder met pitten heb ik leeggegooid boven de compostbak. Wie weet groeien er wel baobabboompjes uit, misschien niet na de vrieskou van de afgelopen dagen. Baobabpoeder is lekker zoet, maar ik kreeg die pitten er niet uit.

Ik blijf wel verse groenten en onontbeerlijke zaken zoals kokosmelk kopen. Want eerlijk gezegd, ik kan niet goed koken en al helemaal niet zonder kokosmelk. Ook niet zonder sambal, currypasta en pesto. Ik baal ook dat de kemirinotenpasta op is, maar ik vermoed dat geen van jullie weet wat het is en wat je ermee doet. Nou, ik kan niet zonder. Nu sta ik dagelijks kemirinoten te schaven boven de pan, en dat blijkt 30 seconden werk te zijn.

Koken vergt steeds meer creativiteit, want ik begon uiteraard met de gemakkelijkste dingen. Laaghangend fruit noemen beleidsmakers dat. Dat de rijst op is, dwingt me tot het openen van potten met granen die jaren niet open zijn geweest. Die zich stonden te vervelen zonder hoop ooit nog daglicht te zien. Ik heb freekeh heruitgevonden, quinoa en couscous. Hooghangend fruit blijkt toch bereikbaar.

Als alles op is, begint stap 2 op de weg naar een eenvoudige voorraadkast: het weer vullen, maar dan wel met mijn zorgvuldig samengestelde nieuwe basispakket. Ik kijk ernaar uit.

 

 

 

 

 

Opruimen 44: fotoalbums vol foto’s

In de zestiger jaren maakte Moeder dias. De rolletjes bracht ze naar de dorpsfotograaf en twee weken later kon ze de ontwikkelde rolletjes ophalen. Daarna gingen zij en ik een avondje knippen en inramen. We deden de ingeraamde dias op volgorde in een slee, op de kop en in spiegelbeeld, en daarna gingen we een avondje dias kijken. Soms kwamen ook de buren en mijn vriendinnetjes. Moeder zette dan een scherm op, diatafel ervoor, daarop de projector en de lol kon beginnen. Halverwege de avond  stopten we even voor een drankje en een hapje en dan begon de tweede helft.

Ik ben zelf van de tijd van de eerste kleurenfoto’s. Als ik nu naar die foto’s kijk, valt me vooral de slechte kwaliteit op. Op een reis nam ik drie of vier rolletjes mee, en weer thuis bracht ik die naar de Hema. Het ontwikkelen duurde ongeveer twee weken, en daarna zocht ik in de winkel uit van welke negatieven ik afdrukken wou hebben en dat duurde ook twee weken. Afdrukken waren duur, dus ik neem aan dat ik ze zorgvuldig heb uitgezocht, maar waarom ik 23 zeehondjes heb uit De Koog op Texel is me een raadsel….

Ik ben zelf nooit zo’n fotografeerder geweest, maar ik heb vrienden die rijen en rijen fotoalbums hebben staan. Ik heb zelf anderhalve meter, inclusief alles van Zoons en ons gezin. Mijn eigen eerste album is weggeraakt. Ik sta wel in een hoekje op een paar foto’s in andere albums, dus ik bestond wel :). Het is jammer, maar ik heb maar drie foto’s van toen ik klein was, eentje van mij in een wandelwagen (hoewel Moeder niet zeker weet of ik dat ben of Broer), eentje van Broer en ik op de trap in Harlingen wachtend op de boot naar Vlieland, en eentje van mij in onze achtertuin. Drie foto’s in tien jaar, het zijn kostbare schatten. Fijn om te hebben en leuk om Zoons te laten zien.

Mijn Vader is uit 1913. Hij had geen eigen fotoalbum. Zijn ouders hadden een familiealbum, en dat ene album beslaat drie generaties. Erg leuk om daar doorheen te bladeren. Ik herken bijna niemand, alleen mijn grootouders en mijn vader met zijn broers en zussen.Sowieso lijken al die foto’s op elkaar: strenge gezichten op kleine foto’s. Ik vermoed dat het album van de grootouders van mijn buurvrouw er net zo uit ziet. En wat maakt het uit dat op die ene foto mijn Opa staat en op die ernaast zijn Broer?

Ik heb met mijn Zoons nooit mijn zes jeugdfotoalbums doorgebladerd, want daar is voor hen niets aan. Behalve die zeehondjes: wat moeten ze met al die foto’s van mensen die hen niets zeggen. Kijk dat is Renda, en dat is Niels, en dat Jeannette, en Elsbeth, en Emmy en Sonja en Petra en Manuela en Soline en Loes.

Ik wil mijn foto’s echt decimeren. Een album maken dat waardevol blijft. Wat betekent dat de meeste foto’s weg kunnen. Die zeehondjes dus, en al die bergen en bloemetjes. Allemaal slechte kwaliteit, allemaal foto’s die ik alleen gemaakt heb om te laten zien waar ik was geweest.

Dit is een ongelooflijk grote klus. Maar al doende wordt het leuker en het doorbladeren van dit album is echt genieten. Misschien wordt het wel een album dat een van mijn Zoons later wel wil bewaren. Wow, dat zou leuk zijn. Beter dan anderhalve meter verkleurde landschapjes.

Hoeveel foto’s heb jij en bekijk je de dias van vroeger nog wel eens?

 

De grootste verspilling: de erfenis

Penny Wise Pound Foolish. Dit gaat niet alleen op voor geld, maar ook voor spullen. Zoiets: het Kleine eren maar het Grote niet deren. Zelf bedacht nieuw spreekwoord, klinkt best echt, niet?

In mijn omgeving maak ik nogal eens het volgende mee. Ouders overlijden, broers en zussen steggelen over de erfenis. Niemand wil echt wat hebben, de een misschien nog het horloge van Vader, de ander een ketting van Moeder, de derde een foto. Maar al die stoelen, tafels, kasten, serviesgoed, beddengoed, kleding, boeken, snuisterijen wil niemand en gaan naar de opkoper. Logisch, want mijn generatie heeft het Huis al vol. Maar toch: wat een gigantische verspilling. Twintig kuub aan spullen, het meeste in goede staat. Daar zouden wij, zuunigerds, toch blij mee moeten zijn? 

Ik vind het zo triest. Onze ouders zijn opgegroeid met schaarste en hebben vervolgens toen het leven beter en rijker werd spulletjes verzameld en liefdevol verzorgd. En mijn generatie pleurt hun meuk zo de kliko in. Al die kopjes die Oma zorgvuldig bij elkaar verzameld heeft, het servies waar ze trots op was, al die verouderede boeken en encyclopedieen en platen en kleren en handdoeken en kleedjes en vazen en schaaltjes en ga zo maar door. 

Wat zou het mooi zijn als je zou kunnen genieten van de erfenis. Zoiets als het winnen van een ton in een loteriij, want alles bij elkaar opgeteld is de meuk van onze Ouders vast wel zoveel waard. Dat je nu eindelijk een koelkast krijgt, waar Oma jaren voor heeft gespaard (wist je dat dit de eerste grote succesvolle zegeltjesactie was van de AH en dat zo de koelkast zich in het nederlandse huis heeft genesteld), en jij, nog veel jonger dus armer, kunt nu eindelijk eindelijk die droomkoelkast overnemen. Zoiets, dat zou toch prachtig zijn?

 Ouders van nu worden oud en blijven in hun grote huis wonen. Vroeger gingen veel ouderen naar een bejaardenhuis of trokken bij de kinderen in, en op dat moment kwam al driekwart van hun spullen vrij. Hun kinderen waren op dat moment nog jonger, nog bezig met het uitbouwen van hun gezin en konden veel gebruiken. Zo zijn mijn ouders aan minstens de helft van hun spullen gekomen. Fijn voor de Ouders, die zelf zagen dat hun spullen goed terecht kwamen. En zo gaven de ouders hun kinderen een startkapitaal mee. Het huis van Moeder staat vol spullen met een famieverhaal: de kast van oom Hector, het bureau van Opa, de stoel van Oma, het servies van tante Fien.

Hoe anders is het nu. Het leeghalen van het huis van je ouders hoort wel bij de top drie van ellendige gebeurtenissen in iemands leven. Kinderen zijn rijker dan hun ouders en hebben alles al en die verouderde koelkast wil je echt niet. Wat een verspilling van kapitaal en spullen. Trots zijn dat je maar een afvalzak restafval per jaar produceert, elke envelop hergebruiken als boodschappenbriefje, elk t-shirt hergebruiken als poetslap, maar als Ouders overlijden gooi je zo 20 kuub weg. Dat klopt niet!

Ik las een artikel over het verdelen van een erfenis een paar eeuwen geleden van een rijke familie met een familiekasteel.  Als de bewoner overleed, werd de erfenis verdeeld maar het meeste bleef in het kasteel. Ook de jurken werden overgeerfd, en waren zeer waardevol. Alles ging verder naar de volgende generatie. Voor wie het een startkapitaal was, waarop ze verder konden bouwen. En dat ging zo door van generatie op generatie en na honderden jaren was dit dus een rijke familie in een groot kasteel vol antiek. 

Ik moet er niet aan denken dat ik er straks nog 20 kuub aan meuk bij krijg als Moeder komt te overlijden, maar voor Zoon123 kan het inderdaad een startkapitaal zijn. Je zou nu bijna een generatie over willen slaan bij de erfenis. Gelukkig is het nog niet zover maar ik ga zeker nadenken hoe wij dat straks anders gaan doen. Tips?

Opruimen 43: Minder koffiemokken

Deze en volgende week werk ik vrijwel elke dag. Dat betekent dat ik ’s morgens om kwart over zes op de fiets stap en ’s avonds kwart voor zeven weer thuis kom. Waarna er nog een maaltijd in elkaar geprutst moet worden. Daarna plof ik op de bank, zap op zoek naar een film en slaap in. Ik heb dus echt nulkommanul zin in afwassen, kleren wassen, poetsen, stofzuigen, afstoffen, ragebollen (ik weet dat dit geen woord is, maar het klinkt zo leuk).

Ik heb een bijzonder leuk boek over huishouden, Houden van je huis, eigenlijk het enige dat echt de moeite waard is om te herlezen, dat me geleerd heeft dat je de fileproblemen en opstoppingen in huis moet ontdekken en oplossen. Deze vermoeiende werkweken zijn een mooi moment om te analyseren waar de fileproblemen en opstoppingen in mijn huishouden zitten. Processen die vereenvoudiging of meer logica behoeven. Oke, daar gaan we:

  • Het aanrecht staat vol afwas
  • De badkuip ligt vol vieze was.
  • De wasmanden liggen vol schone was.
  • Mijn werktafel ligt vol onuitgezochte papierzooi.
  • De voorraadkast eten is leeg.

Zucht steun. Ik ben blij dat ik geen volledige werkweek heb. En dan ben ik deze weken zelfs nog ’s avonds vrij. Hoe doen anderen dat? Die drillen hun huisgenoten. Zoon3 ziet ook wel dat hij iets meer moet bijdragen. Zonder dat we het erover hebben, heeft hij de volgende dag als ik doodmoe thuiskom na een ijskoude fietstocht door het pikkedonker:

  • boodschappen gedaan;
  • gekookt;
  • afgewassen;
  • een was in de machine gestopt.

Kijk eens, dat scheelt.

Nu de vereenvoudiging, om te beginnen om de opstopping bij de afwas op te lossen: een van de dingen die o zo verleidelijk maar fout zijn, is om meer te kopen. In principe hebben Zoon en ik genoeg aan 2 koffiemokken. Uiteraard nog een paar voor bezoek, maar meer dan 6 hebben we niet nodig. We hebben er een stuk of 30, waardoor de noodzaak tot afwassen pas optreedt als het niet meer leuk is om te doen: te veel, te vies, ingedroogd, beschimmeld. Ikzelf was elke dag af hoor maar Zoon3 spaart in zijn kamer koffiemokken op tot de schimmel zijn mok uitloopt. En dan brengt hij ze allemaal tegelijk naar beneden om te worden afgewassen door de tuinkaboutertjes. Als ze allemaal schoon zijn, passen ze niet in het kastje dat we daarvoor bestemd hebben. Bovendien: als er veel schone mokken staan, gebruiken we voor elk kopje koffie of thee een schone mok. Als we met de laatste in de kast bezig zijn, spoelen we ze even om en gebruiken ze weer.

Nou werd ik vanmorgen als gewoonlijk weer om zes uur wakker. De feesten in de cafes achter mijn huis waren nog lekker bezig. En wat deed ik in het donker: alle koffiemokken met een stukje eraf, weggooien. Dat waren er zes.