Interview

Gisteren stond ik in De Gelderlander, wow, misschien wel voor het eerst. Voor lezers uit Gelderland met een abonnement: pagina 5, in de rubriek ‘Mijn geld en ik”. Ik vind het een leuk stuk en knap dat de auteur mij herkenbaar heeft neergezet na een kort interview per telefoon. De foto vind ik minder, maar tja, dat ligt niet aan de foto.

Het artikel gaat over mijn kijk op geldzaken. Over sprokkelen. Over het verschil tussen geld uitgeven en investeren. Over geld uitgeven aan ervaringen, niet aan spullen.

Hier kan ik natuurlijk geweldige publiciteit uithalen, maar dat doe ik dus helemaal niet. Ik zou erover moeten twitteren: ‘lees interview met mij over geldzaken in De Gelderlander.’ Ik kan alleen het artikel niet online vinden, en zonder link is dit een waardeloze tweet.

Ik kan een screenshot maken en die op facebook zetten. Kijk eens, lezen hoor! Nou dat heb ik ook niet gedaan.

Ik kan vast nog veel meer, maar verder dan een krant kopen en die Zoon3 laten lezen en later aan mijn Moeder geven, kom ik niet.

Flutpoliticus ben ik toch.

Ha, ik kreeg van een lezer de link naar het artikel digitaal! Wow, bedankt.

https://www.topics.nl/-bramen-koop-je-niet-die-pluk-je-a9045066degelderlander/?context=playlist/a-wageningen-nederland-bf1fe8/

Advertenties

Het Gear Acquisition Syndrome

Ik las een artikel over het Gear Acquisition Syndrome met een hele rij tips hoe ervan af te komen. Ik vond het zo’n onzinartikel, dat ik je een beter niet wil onthouden.

Het Gear Acquisition Syndrome volgens dat artikel

Volgens het artikel komt het Gear Acquisition Syndrome vooral voor bij hobbyfotografen en hobbygitaristen. Die blijven nieuwe camera’s en nieuwe gitaren kopen die ze niet nodig hebben. Helemaal verliefd, er niet vanaf kunnen blijven, blijven kopen. De negatieve gevolgen zijn duidelijk: geldgebrek en ruzie met je vriendin (ja uitsluitend mannen lijden aan GAS). En dan volgen een rij tips in de trant van ‘Stel een budget in en houd je eraan’, en ‘leen een nieuwe camera eerst een tijdje van een vriend, je zult zien dat de meerwaarde tegenvalt’.

Nou zit deze schrijver wel heel erg in zijn eigen bubbel: gitaren en camera’s zijn blijkbaar zijn gevoelige plek.

Het Gear Acquisition Syndrome volgens mij

GAS gaat over een hobby waarbij het verzamelen van mooie spullen belangrijker is dan de hobby zelf. Duur visgerei kopen terwijl je nooit vist. Bij mij is dat:

  • schrijfwaren in de stijl van de Hema. Ik loop altijd weer verlekkerd door die afdeling, mezelf inhoudend want ik heb Echt Niets Nodig en al helemaal geen schrijfwaren. Maar o wat zijn ze mooi.
  • breiwolletjes: ik lees nogal wat blogs en iedereen die breit schrijft hetzelfde: ze had weer zulke mooie bolletjes wol gezien en kon het niet laten. Maar thuis heeft ze nog een hele kast vol liggen. Dit is GAS ten top!
  • kampeerspullen (en wandelspullen, outdoor zeg maar): ja, daar betrap ik me ook op. Zoals anderen door klerenwinkels kunnen drentelen, geniet ik van de Bever. In Zuid-Afrika kon ik helemaal uit mijn dak gaan van de prachtige outdoorspullen. Hier in Nederland gaat het vaak om slimme, lichtgewicht handigheidjes zoals een opvouwbare mok; in Afrika om robuuste spullen die onderweg zeker niet stuk gaan. Rugzakken, tentjes, wandelbroeken: ik ben er gek op en moet zo’n winkel niet te vaak in gaan.
  • klusspullen: daar heb ik ook een zwak voor. Mooi gereedschap vind ik heerlijk en drentelen door de Gamma een uitje.

Nou ja, je snapt hem. Heb jij je GAS zwakte al gevonden? Een hobby dus waarvoor je wel spullen koopt terwijl je de hobby zelf eigenlijk niet zo heel intensief beoefent. Een vogelaar met tien verrekijkers, terwijl je dit jaar maar twee keer bent gaan vogelen. Barbecues met alles erop en eraan die je maar een keer hebt gebruikt dit jaar. Keukenspullen en kookboeken terwijl je het liefst makkelijk voorgesneden groente door macaroni mengt met wat geraspte kaas erover.

Dan over hoe dit in de hand te houden. De schrijver had dus blijkbaar financiële moeilijkheden en ruzie met zijn vriendin. Ik heb geen van beide, maar als ik niet oppas loopt mijn huis vol met mooie lapjes, wolletjes en handige schriftjes en rugzakken. Hier dan mijn tips:

  • Zie onder ogen dat het GAS is. Dat scheelt enorm als het kwijl weer uit mijn mond loopt bij het zien van een mooie rugzak.
  • richt je met je GAS op iets dat op gaat. Dus inderdaad breiwolletjes, olie, en maak er zo nu en dan iets mee. GAS met dingen die een mensenleven meegaan is de kortste weg naar een huis vol ongebruikte spullen.
  • verzamel je GASspullen tweedehands. De vondst is dan een kik op zich.
  • gebruik het. Ik ben zelf dus gek op mooie kampeerspullen, pure GAS. Mijn blikopener komt niet van de Blokker maar van de Bever. Zo leuk om die telkens weer te pakken en te gebruiken. Eigenlijk komt heel veel uit mijn keuken uit de kampeerwinkel.
  • wissel regelmatig van GAS-hobby. Dat kan best. Ik ben gevoelig voor mooie handige spullen, of dat nou kampeerspullen, hobbyspullen, klusgereedschap of schrijfwaren zijn. Op al deze terreinen heb ik mooi materiaal waar ik graag mee werk. Dat is puur genieten!

Wat is jouw zwakke plek en heb je ooit eerder beseft dat dit GAS is? Hoe houd je jezelf in de hand? En bestaat hiervoor een Nederlandse term?

Balpen in de was

Bah, bah, bah.

Zoon2 kwam thuis met een vuilniszak vol vieze was, of hij even mocht wassen. Ja natuurlijk ga je gang, maar dan wel zelf doen he.

Er  zat een balpen in een broekzak. In zijn schone was, allemaal donkere kleren, heb ik niets gemerkt. Maar toen ik daarna zelf wou wassen, zag ik onderdelen van een balpen in de trommel liggen. Die ik er uiteraard uit heb gehaald.

Maar blijkbaar had ik het belangrijkste onderdeel, het inktpatroon, niet gezien. Zat verstopt in een gaatje in de trommel, ik weet het niet, ik zie het nu nog niet zitten en hoor ook geen gerammel.

Maar het moet zich ergens in de wasmachine verstopt hebben, want een hele witte was met lakens, dekbedovertrek, kussenslopen en handdoeken is verknald. De komende jaren heb ik lakengoed met blauwe vlekken.

Kan dat er niet meer uit, vraagt Zoon3? Ik vrees van niet, inkt is goede verf.

Dus bah. En zo hobbelen we verder.

Moeder in een kampeerbusje

Op mijn lijstje onderwerpen voor dit daagse stukje stond ook nog de kampeervakantie met Moeder van 88. Heeft in zoverre met sprokkelen te maken dat het een goedkope manier van vakantie vieren is zonder vliegreis. Tja, wel diesel natuurlijk.

Moeder wordt oud maar blijft jong in haar hoofd. Die zet ik niet op een boot over de Rijn en evenmin een week in een gezellig hotel in Drenthe. Moeder wil dingen zien, dingen doen. Maar dat schiet allemaal niet zo op natuurlijk, het kan allemaal niet meer zo ver en zo veel.

Een van de vervelende dingen die zij ondervindt nu ze echt oud wordt, is dat steeds meer leuke dingen wegvallen uit haar leven. Ze is gestopt met roeien, omdat ze de boot niet meer in en uit kan komen. Ze is gestopt met de leesclub omdat ze de letters niet meer ontspannen kan zien. Ze is gestopt met een koor omdat de stem het niet meer zo overtuigend doet. De contactgroep voor jonge vrouwen, die ze 50 jaar geleden in het dorp heeft opgericht, loopt leeg want die jonge vrouwen zijn nu allen ver boven de 80 of overleden. De tuinclub die ze heeft opgericht heeft zichzelf opgeheven omdat de een na de ander wegviel en de sfeer dus ook. Het wandelgroepje, waarin zij verreweg de oudste is, wandelt steeds vaker zonder haar

Er vallen dingen weg uit haar leven, en er komt niets nieuws meer bij. En toen reden we op een dag in haar auto op de snelweg en zagen we zo’n vintage oranje volkswagenbusje rijden, en zei ze dat haar dat zo leuk leek. En daarom heb ik zo’n busje gehuurd. Moeder is geen kampeerster en de laatste keer dat ze in mijn tent sliep trok ze zich op aan een tentstok en lag ze tussen een wirwar aan tentdoek op de grond. Terwijl ik aan het douchen was.

Dit busje werkte wel. Ik reed, en deed eigenlijk alles, Moeder zat er gezellig bij.

Wij met zijn tweeën naar Friesland in tijdens misschien wel de slechtste regenweek van september. Maar we hebben genoten. Om het busje, het idee van vrijheid en blijheid. Ik had niets geregeld, de campings waren toch niet vol. En dat pakte goed uit. We deden maar wat, dronken eindeloos koffie die naadloos overging in broodjes kaas en zorgden ervoor dat we voor het donker een slaapplek hadden.

Na afloop kreeg ze bezoek van een vriendin en die belde me daarna op om te vertellen dat Moeder uitgebreid en enthousiast had verteld over de vakantie, helemaal geweldig. Dit ga ik dus volhouden zolang het kan.

 

Zonnepanelen voor de winnaars

Bij de raadsvergadering heb ik geprobeerd het Wageningse klimaatplan socialer te maken. Dat is niet gelukt, helaas.

Het wordt steeds bekender: de energietransitie wordt betaald door de achterblijvers, door hen die niet meedoen met de energietransitie omdat ze dat niet kunnen, of omdat het niet in hun bubbel zit. Omdat de klimaatdiscussie een te abstracte ver-van-mijn-bed show is terwijl het alledaagse leven al ingewikkeld genoeg is.

Redeneer eens mee:

  • zonnepanelen voor op je dak kun je aanschaffen met subsidie. Je moet uiteraard zelf wel het grootste deel betalen, en wie dat niet kan (of wil of er niet opkomt) profiteert niet van de subsidie. Logisch, zou je zeggen.
  • door de zonnepanelen heeft de eigenaar een lagere energierekening. Ook logisch.
  • wat de panelen meer opleveren dan je zelf gebruikt, wordt op het net gegooid en daar krijgt de eigenaar geld voor. Die wordt immers energieleverancier. Klinkt ook logisch.
  • Degenen die geen zonnepanelen kunnen betalen (of voor wie het buiten hun bubbel ligt) houden dus sowieso een hogere energierekening omdat ze alle energie van het net halen, waarbij hun energierekening steeds hoger zal worden omdat energie steeds duurder wordt, en ze hebben geen extra inkomsten vanuit de zonnepanelen. Die redenering is ook al zo logisch, maar het begint bij mij te wringen, want wie zijn die mensen?
  • Met de zonnepanelen wordt het huis meer waard, zoveelste voordeel voor de zonnepaneleneigenaars die de zonnepanelen met subsidie hebben aangeschaft. Het houdt op logisch te klinken: de voordelen komen wel heel erg boven op elkaar te liggen, waarom is die subsidie eigenlijk nodig?
  • Maar nu komt het: de energietransitie wordt betaald uit de energietransitiebelasting, en die is dus gekoppeld aan de hoogte van de energierekening. Iemand met zonnepanelen betaalt dus niet mee aan de energietransitie. De energietransitie wordt betaald door de mensen zonder zonnepanelen. Hee, dat klinkt helemaal niet logisch.

Het gaat mij erom dat dit twee groepen in de samenleving zijn met tussen hen een kloof. Die kloof wil ik verkleinen, maar hij wordt steeds breder en dieper.

Nou daar ging het gisteravond niet helemaal over. Ik wilde dat de gemeente een klimaatproject niet alleen beoordeelt op klimaatwinst, maar ook op sociale impact. Dat het de taak van de gemeente is om te streven iedereen te bereiken. Dat het best zo kan zijn dat een bepaald project minder klimaatwinst oplevert maar wel een bepaalde moeilijk te bereiken groep erbij betrekt.

Helaas, alleen de VVD, SP, CU en wij (PvdA) steunden dit. En de wethouder (Groenlinks), en dus komt het vast goed gelukkig. Maar toch, frustrerend dat een debat zo fout kan lopen.

Zelf verf mengen: geen kunst aan

Zoon3 en ik hebben zijn slaapkamer geschilderd. Met sprokkelverf uiteraard, en dat is super geworden.

Omdat hier in huis regelmatig een muurtje, kozijntje of deurtje geverfd wordt, staan er heel wat potten met resten verf. De meeste niet van mij, maar van Huisgenoten die bij aankomst direct hun kamer gaan verven en dan de verf aan mij nalaten. In kleuren die bij hen passen, niet perse bij mij.

Zelf verf mengen is een fluitje van een cent. Omdat de bouwmarkt daarbij een reuzeslagroomklopper gebruikt die vijf minuten op volle toeren draait, dacht ik eerst dat ik zelf minstens een dag zou moeten roeren om hetzelfde egale effect te krijgen. Nee hoor, helemaal niet. Paar minuten roeren met een verfstokje is genoeg: helemaal egaal.

Je kunt uiteraard niet zomaar allerlei verf door elkaar gooien. Voor binnenhoutwerk gebruik ik altijd acrylverf: minder oplosmiddelen, geen terpentinebedwelming, vlekken te verwijderen met water. (Sinds kwasten bij de Action nog maar een euro kosten spoel ik die niet meer uit maar laat ze indrogen. Dat lijkt onsprokkelwaardig, maar al die verf in het riool is ook niet goed). Verschillende merken acrylverf gooi ik rustig bij elkaar.

Muurverf op latexbasis meng ik ook, ook al is de een superdek, de tweede powerdek en de derde budgetlatex. Ik weet inmiddels precies hoeveel ik nodig heb voor een kamer, en vul een verfemmer tot er genoeg in zit.

Het eerste voordeel van zelf verf mengen is dat je oude resten verf opgebruikt. Je kunt aan klussende kennissen vragen of ze verfresten hebben die je mag hebben. Vroeger kwam het nog wel eens voor dat bij het openen van een oude pot verf bleek dat de verf was ingedroogd. Dat overkomt me dus nooit meer. Het tweede voordeel is dat het reuzeleuk en superbevredigend is. Zelfgemengde verf heeft natuurlijk altijd de perfecte kleur.

Het eerste nadeel is dat je geen muurtje of deurtje kunt bijwerken een jaar later: die kleur is dan alweer verder gemengd, of je moet een beetje achterhouden uiteraard. Het tweede nadeel is dat je nooit en te nimmer dezelfde kleur bij kunt mengen al klussende, dus als je achteraf niet genoeg hebt, heb je behoorlijke pech. Maar daarvoor heb ik een tip, zie tip 5.

Om te voorkomen dat de uiteindelijke kleur grijsbruin wordt, de typische kleur van een potje kwastenspoelwater, let ik heel goed op de kleuren. Tips:

  1. Een heel klein beetje donker erbij scheelt heel veel in kleur. Een minischeutje zwart op een grote pot verf geeft diepgrijs. Dus pas op, begin echt met een minischeutje alsof je mayonaise maakt, en roer dat scheutje helemaal egaal. Waarschijnlijk schrik je van het effect.
  2. Om een donkere kleur licht te krijgen is daarentegen ongelooflijk veel wit nodig.
  3. In dure verf zit meer kleurstof dan in goedkope, en de verf met meer kleurstof overheerst dus. Maar dat merk je vanzelf, al roerende.
  4. Is je pot halfvol met kleur en is dat niet genoeg, vul dan rustig de emmer aan met wit. Het uiteindelijke effect is een tintje lichter, achteraf ben je daar waarschijnlijk dolblij mee. Maar dat ben je altijd met je zelf gemengde kleuren, want zelf gemengd he.
  5. Merk je al muurvervend dat je toch niet genoeg hebt, maak dan de eerste muren helemaal klaar, en vul vervolgens voor de laatste muren het restant verf aan met wit. Zo passen je vier muren prachtig bij elkaar met een tint kleurverschil. Het lijkt wel binnenhuisarchitectuur. Maar pas op: daarna heb je dus geen donkere verf meer, dus een vlekje is helaas pindakaas.

Goed, Zoon3 en ik hebben drie halflege emmertjes muurverf door elkaar gegooid: geel, terracotta en wit. Het doel was warm okergeel, maar het werd oranje. Onze lievelingskleur uiteraard, echt trots op.

Heb jij wel eens zelf verf gemengd, of heb ik je zo enthousiast gemaakt dat je morgen lekker aan de slag gaat met je oude verfresten?

Boek: ode aan de E-nummers

Een goed artikel is een artikel waar je het mee eens bent. Toch? “Hee, moet je dit eens lezen, precies wat ik ook altijd zeg.” Eindelijk staat jouw mening Geschreven, of nog betrouwbaarder, Gedrukt.

En zo lees je lekker door in je eigen bubbel.

Alle mensen die leven in de bubbel van gezond eten, zelf koken, geen E-nummers maar alleen natuurlijke ingrediënten, raad ik het boek van Rosanne Hertzberger aan: Ode aan de E-nummers. Het boek is gebaseerd op haar columns in de NRC.

Rosanne heeft het beste voor met de wereld. Ze wil dat we slim high-tech landbouwen, geen vlees eten (kunstvlees lijkt haar slimmer) en geen landbouwgrond verspillen aan overbodige genotsmiddelen zoals koffie en bloemen. Ze vindt het slimmer om te koken met groente uit blik en diepvries, want daarvan gooi je minder weg dan van vers, en die ‘verse producten hype’ is volgens haar een van de oorzaken van de grote voedselverspilling. Bovendien, stelt ze, is vers uit uit de supermarkt niet zo heel erg vers want al lang onderweg, terwijl diepvriesgroente na de oogst direct wordt diepgevroren. Daar zou ze best gelijk in kunnen hebben. Ze vindt het E-nummer 162 (rood uit bietensap) minder eng dan ‘gekleurd met bietensap’, want E-nummers staan onder strenge controle en met die bietensap weet je helemaal niet meer wat en hoeveel troep er eigenlijk in je voedsel zit. Daar zou ze ook zomaar gelijk in kunnen hebben. En zo prikt ze de ene na de andere ballon door.

Dus kom uit je bubbel en lezen dat boek.