Minder: een hele kamer leeg

Wie dit blog langer volgt, weet dat ik aan het opruimen ben. Niet omdat ik omkom in de troep, maar omdat ik me vrijer wil voelen. Geen drempel wil zien voor het geval ik zou willen verhuizen. Niet dat ik wil verhuizen, maar ik wil ook niet tot mijn 90ste in mijn eentje in een groot huis wonen. Niet dat ik nu in mijn eentje woon, want Zoon3 woont hier en twee Huisgenoten. Maar toch maar toch, die spullen houden me vast, verhinderen me te springen.

Ik houd van hotels en vakantiehuisjes en airbnb-appartementen en B&B’s. Ik houd van die onpersoonlijke sfeer met een aquarel van een bloemstuk aan de muur, een lege kledingkast waar ik dan mijn ene jas en broek en jurk in hang en mijn ene paar schoenen in zet. Meestal pak ik daar al snel mijn ipad of laptop en ga lekker zitten aan het superonpersoonlijke tafeltje en loop vol ideeën. Of ik ga wandelen in de omgeving, lopen in een onbekende stad, met de metro naar een koffieplek en geniet.

En dan denk ik zo vaak: laat ik nou eens alles thuis wegdoen. Maar dat is zo gemakkelijk gezegd als je niet thuis bent. Eenmaal thuis heb ik er geen zin meer in en wikkel me in het comfort van het eigen huis. Dat wikkelt prima, maar levert geen inspiratie op, wel rust en ontspanning.

Toch ben ik al een heel eind opgeschoten. Van een vol huis met zeven slaapkamers die allemaal in gebruik waren, is dit huis opgeschoond tot een appartement voor mij beneden plus slaapkamer boven, een kamer voor Zoon3, drie logeerkamers en twee kamers voor Huisgenoten. In die logeerkamers staan steeds minder spullen van mij. Het worden al bijna onpersoonlijke B&B-kamers met een bed, tafeltje, stoel, kast en schilderij aan de muur.

Ik ben een heel eind, maar ben er nog niet helemaal. De minst gebruikte logeerkamer is nog een beetje een rommelhok. Daar zit een vliering boven en daarop ligt een zespersoonstent, twee accordeons, een gitaar, een oude naaimachine, een platenspeler, koffers en tassen, mijn kerstboom en drie of vier dozen met spullen van Zoon1 die in Berlijn woont, in die kamer staat een boekenkast met de oude kinderboeken en met een volledige serie ‘Handwerken zonder Grenzen” (hebben? kom maar halen). Er liggen nog twee violen en misschien wel tien blokfluiten. Er staan de koffers met herinneringen van mijn Zoons.

En nou vraagt een van de Huisgenoten of hij niet die kamer erbij kan gebruiken. Dat moet kunnen, eigenlijk moet ik daar niet moeilijk over doen. Want over tien jaar wil ik misschien nog wel steeds hier wonen, maar dan met twee leeftijdgenoten. Dat moet met een beetje goede wil kunnen, ieder een verdieping. Er zitten drie keukenblokken in dit huis, twee wc’s, slechts een badkamer helaas. Dan moet die kamer ook leeg dus.

Ik wil dat al mijn spullen in mijn appartement beneden passen, plus kelder, schuur en mijn slaapkamer. Absoluut geen rommelzolder. Mijn kampeerspullen moeten gewoon in mijn slaapkamer. Op die blokfluiten speel ik nooit, ik hoef geen twee naaimachines, ook geen zespersoonstent die ik zelf niet eens kan optillen, de accordeons gebruik ik ook niet. Alleen voor de koffers met jeugdherinneringen van mijn zoons moet ik echt een plek zoeken, maar de rest kan weg. Niet weg in de kliko, maar verkocht, weggegeven, hergebruikt. Denk ik, en ik begin.

Het kan het kan, maar voorlopig loop ik me dus suf te sjouwen met troep en loopt mijn eetkamer vol. En dan blijkt het leuke: daar staat op een boekenkast een kist met bubbeltjesplastic, en dat gebruik ik helemaal nooit, dan heb ik liever daar mijn accordeon. De blokfluiten heb ik eigenlijk liever om me heen dan dat oude wijnkistje met twee flessen wijn van de makelaar die natuurlijk niet meer te zuipen is. Die tweede accordeon is zo mooi, die zet ik liever op een kast dan dat stomme ding wat er nu staat en wat er alleen maar staat omdat er plek was.

Zal ik de twee violen aan de muur hangen? De blokfluiten ook? Ik krijg er zin in.

Advertenties

Pakjespost, pure uitbuiterij

Je koopt uiteraard duurzame superbewuste groene cadeautjes, kleren, spullen, etc via internet, maar besef wel dat het pakje naar jou toe komt via uitgebuite werknemers. Post NL, een degelijk beetje saai bedrijf toch, is weer eens negatief in het nieuws.

Vroeger liep er een postbode door ons dorp. Hij was de vader van twee vriendinnetjes. Hun vader was postbode, mijn vader was componist. Postbode klonk toch echt degelijker. Hij zag er mooi uit in zijn uniform. Ze woonden in net zo’n huis als wij, zelf gekocht dus voor ongeveer 30.000 gulden. Tja, daar koop je nu een schuurtje voor.

Postbode was gewoon een baan waar een gezin van kon leven, met een eigen huis. Ik meen dat hij een scooter had. Tja, wij hadden een Daf 33. Het was een degelijk, bescheiden levend gezin. Moeder thuis, vader postbode, twee kinderen.

En nu? Postbode is een slecht betaalde bijbaan. Het rondbrengen zelf gaat nog wel, maar het sorteren van de post doe je dus in je vrije tijd, op de grond in de zitkamer. Hee, dat deed mijn broer vroeger als bijbaan, dat was betaald scholierenwerk. Een half jaar geleden kropen wij hier met zijn vieren twee keer per week over de vloer in de eetkamer onder het genot van een kop koffie maar zonder er een euro voor terug te zien. Hoorde bij het baantje van postbezorger dat Huisgenoot tijdelijk had aangenomen.

Enkele jaren geleden bleek dat de pakketbezorgers van Post NL werden uitgezogen. Ze werden freelancers genoemd, dat scheelde lekker veel geld voor Post NL. Ze moesten zelf hun busje kopen, en ja daar moest Post NL op staan en nee die mochten ze niet ergens anders voor gebruiken want dan werd de naam van Post NL geschaad. Ze moesten in een Post NL uniform de pakjes rondbrengen, en zelf hun uniform kopen en mochten niet als freelancer intussen ook nog andere opdrachten aannemen. Flutfreelancers dus, schijnzelfstandigheid. Het is nu vast ietsje beter zodat het net past in de wet. Bah.

Vanmorgen in de Volkskrant weer zo’n artikel, dit keer over de sorteerders van de winterpakketpost die nachten doorwerken want de cadeautjes mogen niet te laat komen. Ze worden door Post NL ingehuurd vanuit een uitzendbureau. Zodat ze lekker het minimumloon kunnen betalen zonder secundaire arbeidsvoorwaarden, geen pensioenopbouw, geen vakantiegeld en ga zo maar door. Bah bah bah.

Ik koop mijn pakjes wel hier in de binnenstad. Bij de goedendoelenwinkels, speciaalzaken en tweedehandswinkels.

TV de deur uit, tijdperk voorbij

Een tijdperk voorbij: de TV staat klaar in de gang om weggebracht te worden naar de milieustraat. HIj kijkt me meewarig aan, we hebben veel samen beleefd, hij en ik. Is het afgelopen met onze vriendschap? Ik vind oude dingen wegdoen echt lastig en voel wel wat voor het geloof dat dingen ook een ziel hebben. Ik weet natuurlijk best dat dat niet zo is, maar toch maar toch.

Deze TV heb ik gekocht in 2004, net terug in Nederland. Ik wou perse een kleine flatscreen. Die grote glimmende bestonden nog niet, maar daar was ik ook niet naar op zoek. Ik heb toen voor 700 euro deze TV gekocht, iets groter dan het scherm dat ik nu voor mij heb, met een stukke pixel, waardoor alle donkere films een sterretje teveel hebben. Vanwege die stukke pixel kreeg ik 50% korting, in een zaak die nu allang failliet is.

Deze TV was dus in 2004 1400 euro, wow, nu krijg je er geen tientje meer voor. LCD scherm, niet scherp, klein beeld. O ja, de aansluiting is zo verouderd dat ik een keer met een kroonsteentje een nieuwe plug eraan heb moeten zetten toen ik weer eens een nieuw modem kreeg van Ziggo of Chello, zonder gaatje waar mijn TV in paste! En deze TV is pas 13 jaar oud!

Dat is overigens allemaal niet de reden dat hij weg moet. Zoon3 heeft me overtuigd dat een TV abonnement niet nodig is. Ik kijk toch alleen de eerste tien zenders, en die kan ik wel van de kabel halen. Klopt, scheelt weer 60 euro per jaar, maar toen was ik Politiek24 kwijt, en dat is mijn achtergrondradio.

En zo ontdekte ik TV kijken op de laptop. Het scherm is net zo groot, helderder, beter geluid, beter beeld. Ik kan alles wat ik wil zien op deze laptop zien, NPO dus. Waarom heb ik niet eerder geluisterd naar Zoons die me dit al zo vaak hadden gezegd (Ik typte net eerst de zin ‘Waarom heeft niemand me dat eerder verteld?’, maar ik moet toegeven dat Zoons me dit al heel vaak eerder hadden verteld. Maar sommige ontwikkelingen gaan me te snel, ik heb dan zin om te bankhangen en geen zin om te luisteren naar een verhaal over TV en computers en Ziggo en wifi en kabel en het verschil met online kijken.)

Toen ik in 2008 twee appartementen maakte op zolder, heb ik nog zelf helemaal in mijn eentje door mijn hele huis een TV-netwerk aangelegd. Zoon wilde TV op zijn kamer, ik op mijn slaapkamer, dus we hadden vier TV aansluitingen nodig, want de twee kamerbewoners wilden dus ook TV. Later, toen de asielzoeker anderhalf jaar bij mij logeerde, maakte ik er nog een aansluiting bij, vijf TV’s in een huis.

Naast de TV staat er een grote plastic zak vol witte snoeren, verdeeldingen, kabelverlengdingen klaar om weggebracht te worden. Allemaal tien jaar geleden voor veel geld gekocht. Ik vraag timide aan Huisgenoot, gebruik je wel eens de TV-aansluiting? Hij kijkt me aan alsof ik vraag of ik het over een telexverbinding heb. Volkomen verouderd, een TV-aansluiting, waar heeft ze het over. Tja, tien jaar geleden, toen dit top modern was, zat deze jongen nog op de lagere school en had waarschijnlijk geen idee hoe het Sinterklaasjournaal in en uit zijn TV kwam.

En zo is er weer een tijdperk voorbij. Het TV-tijdperk. De generatie van mijn ouders richtte de zitkamer in met de TV als middelpunt van aandacht. De hele avond keken we TV, Nederland 1 en 2 hadden we, en Duitsland, want daar sneeuwde het net iets minder dan in Hilversum. De volgende dag op school was de TV van de avond ervoor een vast gespreksonderwerp.

TV was toen nieuw. Ik denk dat mijn Vader een TV kocht vanwege de maanlanding. Was dat in 1969? Ik mocht alleen naar ‘Woord voor Woord’ kijken, kinderverhalen uit de Bijbel. Mijn ouders keken naar de NCRV. Ha, toen kwam de VPRO, vrijzinnig protestants, en ging voor mijn Vader de wereld open. Hij zat zich te bescheuren bij de dikvoormekaar show van Sjef van Oekel, en mijn Moeder, die veel strenger in de leer was en vaak ’s avonds naar vergaderingen van de kerkeraad ging, maar denken dat hij naar de keurige vrijzinnig protestantse radio omroep keek. Mijn vader kende de hele Bijbel uit zijn hoofd, en gooide er zo een bijbeltekst overheen als de dominee hem fijntjes erop wees dat iets eigenlijk niet mocht.

O ja, TV. Dat was zo’n bolle beeldbuis waarop het altijd sneeuwde. Ik denk dat ik echt dacht dat het sneeuwde op de maan. Had ik immers zelf gezien.

Ik kan me bezorgde wijsneuzen herinneren die zorgelijk verkondigden hoeveel uren jongeren TV kijken. Nou, Zoons kijken nooit. Ze snappen echt niet dat ik naar iets kijk dat me toevallig voorgeschoteld wordt, en dan nog met reclame tussendoor. Ze kiezen zelf wat ze willen zien, en dat is eigenlijk altijd goed spul. Nooit ‘Ik vertrek’, ‘Boer zoekt vrouw’, of CSI, maar goede documentaires en films.  Ik inmiddels ook, hoewel: de zondagavond is mijn lievelingsavond met Witteman en de Monitor.

Op politiek24 hoor ik dat de Ster-inkomsten zo dalen. Het TV-tijdperk is gewoon voorbij en mijn TV en de zak met snoeren in de gang is daar een symptoom van. Ik heb dat hele tijdperk meegemaakt, opkomst, hoogtijdagen en verval.  Raar dat er nu kinderen opgroeien voor wie TV een verouderde technologie is. Voor wie TV net zoiets is als een Hoorspel op de radio voor mij: leuk als ouderen erover vertellen, verhalen uit de oude doos. Sommige veranderingen gaan me echt te snel.

 

 

Cadeautjes kopen bij goededoelenwinkel

Unicef zou  €493.000.000,00 rijker zijn geweest als we allemaal onze Sinterklaasinkopen in 2011 bij hen hadden gedaan.

Binnenkort is het weer zover.  Sinterklaas en Kerst zijn prima momenten om goede doelen financieel te steunen gewoon door daar alle cadeautjes te kopen.

De kleurrijke wereldwinkels zijn een feest om te snuffelen: goed spul, niet duur en je geld komt goed terecht. Natuurmonumenten verkoopt mooie kerstkaarten en kalenders, Amnesty International agendas voor een bewuste puber (het gedicht kan gaan over afspraken vergeten en tijd plannen), en kaarsen. De kalenders van Novib zijn kunstwerken. Greenchoice verkoopt een waterbesparende douchekop (makkelijk om daar een stekelig gedicht bij te verzinnen voor een urenlang douchende puber) en allerlei gadgets op zonne-energie. De winkel van de lokale gehandicapten-werkplaats verkoopt leuk serviesgoed en muismatten. Zo is er zoveel te verzinnen.

Eten en drinken, koffie en chocoladeletters koop je uiteraard fair trade of biologisch.

Het lijkt me fantastisch als goede doelen op grote schaal kunnen profiteren van ons Sinterklaasfeest en Kerstfeest. Niet een beetje gerommel in de marge, maar echt met 500.000.000,00 euro.

Dit bericht kopieer ik gewoon jaarlijks. De boodschap blijft actueel. Koop jij je cadeautjes bewust in?

Minder vliegen maar niet door het duurder te maken

Tijdens een verjaardagsborrel kregen we het over de uitbreiding van het vliegveld in Lelystad, en dat die vliegtuigen die daar vertrekken heel laag over Gelderland gaan vliegen. Lager dan in de Randstad bij Schiphol. Wat ik daar van vind.

Tja, ze moeten ergens over heen, dus zolang wij met zijn allen zoveel willen vliegen, moet je ook de consequenties aanvaarden. Ik ga niet mee met mensen die vinden dat het veel beter over Friesland kan, want….en dan volgt er een Nimby kulargument. Inmiddels is wel duidelijk dat er veel meer aan de hand is dan Nimby argumenten: de vliegtuigen moeten tientallen kilometers laag vliegen over het land om te voorkomen dat ze in het luchtruim van Schiphol terechtkomen. Dus Randstedelijken die vinden dat de Regio ook maar eens moet voelen wat overlast is: daar bij jullie vliegen vliegtuigen hoog, bij ons laag. Iets meer solidariteit, ja?

Minder vliegen is de enige echte oplossing. Met zijn allen minder vliegen. Maar hoe? Het eenvoudigst lijkt het om de vliegtickets gewoon veel duurder te maken. Dat idee is natuurlijk niet nieuw, en klinkt zo logisch. Dure vliegtickets = minder vliegen. Probleem opgelost.

Maar wie gaan er dan minder vliegen? Tja, dat zijn dan nou net de mensen die voorheen niet konden vliegen, die nu de tickets zo goedkoop zijn eindelijk ook mee kunnen doen. Die nu ook de wereld kunnen bekijken, een verre reis kunnen maken en wat van de wereld kunnen zien.

En bedrijven, zakenmensen, politici, rijke mensen, proftennissers en wie niet al met geld blijven de aarde rond gaan, en rond en rond. Voor hen zal een duurder ticket niet veel uitmaken. Bij hen zit hem het probleem. Niet bij die ene vliegvakantie van familie Jansen.

En daarmee is de redenering hetzelfde als bij autogebruik, energiegebruik en nog veel meer fijne dingen die de aarde niet kan dragen als we het alle 8 miljard gaan doen. Wij vervuilen hier de aarde teveel, dus mogen derdewereldlanden dat niet ook gaan doen. Hier rijden we veel te veel auto, en nu de Chinezen dat ook gaan doen, krijgen we een probleem. De bevoorrechten der aarde vliegen teveel, en het is niet de bedoeling dat de rest dat ook gaat doen.

Dit is dus weer typisch zo’n PvdA dilemma. Hoe verminder je vliegen zonder de simpele oplossing “duurder maken” waarmee je de verkeerde groep zou treffen. Een vliegquotum instellen? Iedereen mag twee keer per jaar vliegen (heen en terug), en wie zijn quotum niet gebruikt, kan hem verhandelen. Haha, ter plekke verzonnen.

Denk eens mee, heb je een andere oplossing?

kleren zelf naaien

Een paar jaar heb ik het helemaal niet gedaan (behalve ondergoed en pyamas en zo) maar ineens kreeg ik er weer zin in: mijn eigen kleren naaien. Wow, het leven en bijbehorende hobby’s gaat echt op en neer. Benieuwd hoe lang deze manie dit keer duurt. Want gelukkig hoeft het niet, het mag, ik doe het vrijwillig, helemaal zelf en voor mezelf. Dat geeft rust.

Waarschijnlijk stopt de manie als ik weer eens een mouw verkeerd om in het armsgat naai, hem er dan weer uit torn, waarbij de stof scheurt, ik dat dichtpruts, hem er weer in naai, en dan bij het passen zie dat ik hem er nogmaals verkeerd om in heb genaaid.

Voor niet-naaiers: de mouw er verkeerd om in zetten overkomt iedere naaister wel eens. Links is namelijk rechts. Zelfs een chirurg zet wel eens het verkeerde been af, toch? Ik schaam me nergens voor, maar ben dan ook geen chirurg.

Dat jullie overigens niet mijn stukje bij het ontbijt konden lezen, kwam doordat ik internet afstruinde op zoek naar het grote nieuws dat de dividendbelasting toch niet wordt afgeschaft. Mijn partij de PvdA doet het een stuk beter nu we in de oppositie zitten.

O ja, ik ben weer begonnen met kleren naaien. En wel om een paar redenen. Het is leuk, bevredigend als het lukt. Kleren in de winkel (die een beetje voldoen aan mijn principes van duurzaamheid) zijn hartstikke duur en de modellen zijn vaak supersimpel. Dat kan ik beter en goedkoper zelf. Ik zag een paar weken geleden een eenvoudig jurkje, twee lapjes op elkaar, geen coupenaden, uurtje naaien, voor 299 euro. Ik zie het er niet aan af, en gekochte kleren passen mij eigenlijk nooit. Jurken zijn te kort, mouwen te lang, tailles te strak, schouders te wijd: de verhoudingen van mijn lijf zijn gewoon niet standaard.

Mijn klerenkast veroudert intussen door. Ik koop niets, ik maak niets. Tweedehandskleren zijn niet echt mijn ding, ik denk dan altijd dat iemand in de stad me aanspreekt ‘goh wat leuk dat je die blouse uit mijn moeders erfenis hebt gekocht. ik zelf vond hem zo ouderwets.’  Tweedehandskleren vind ik lastig me eigen te maken.

Dus ik wil nieuwe kleren. Fris, vrolijk, in mijn kleuren: donkerrood, blauw, groen, grijs, paars.  In mijn maat. Avonden en avonden lag ik in bed patronen te bekijken. Ik kreeg er steeds meer zin in, de hobby werd warm, ging borrelen, en toen op een dag spoot de geysir.

Via internet bestel ik de eerste twee patronen bij de Burda. 6 euro per patroon en dat moet je dan zelf uitprinten. Dat lijkt niet bij mijn goedkope leven te passen, want het is veel goedkoper om voor 30 cent een Burda te lenen bij de bieb en dan zelf een patroon uit te raderen. Klopt, klopt, ik ook met mijn principes. Ik vind dat dunne patroonpapier vervelend.

Ik heb besloten om een stuk of tien basispatronen bij de Burda te bestellen, dat is dus 60 euro, en die vaker te maken. Die patronen pas ik helemaal aan op mijn lichaam, en dat is een behoorlijke klus. Vanaf het binnenkomen van het pdf patroon (een seconde na de betaling) tot aan een patroon dat ik op stof kan leggen, ben ik echt een hele werkdag verder! Een hele werkdag, waarbij ik op de grond zit op een kniekussen uit de moestuin, en teken, knip, plak, reken. De kleuterschool blijft de meest nuttige van al mijn opleidingen. Aan het eind van die dag heb ik een stapel patroondelen die van stof geknipt kunnen worden. Van een kledingstuk dan he, dat dus tien keer.

Het naaien is een tweede werkdag, maar smeer ik uit over meerdere dagen. En wel omdat ik anders te ongeduldig word en ga afraffelen. Zodra ik die neiging bespeur bij mezelf, verplicht ik mezelf te stoppen en iets anders te gaan doen. Want zelfgemaakte kleren moeten perfect genaaid zijn. Niemand vraagt hoelang je erover hebt gedaan, wel ziet men of het goed genaaid is. Niet afraffelen dus, houd je in.

Stof sprokkel ik ergens vandaan. Ik heb van een fleecedeken een trui gemaakt, van een andere plaid een vest en zo kijk ik in de krochten van dit huis of er nog wat te verknippen valt. Fournituren heb ik genoeg, alleen nooit precies wat het patroon vraagt. Bij het nogmaals maken van het patroon, ga ik voor perfect: mooie stof, zuiver wol, linnen, biologische katoen en dergelijke. Die stoffen zijn te vinden bij de kringloop: een katoen fifties XXXLrok is ruim genoeg voor een jurk voor mij. Zo koop ik dus toch tweedehandskleren, en peuter ze helemaal uit elkaar.

En ik heb etiketten gekocht die ik in de naad meenaai, met ‘sprokkelen’ erop. Dat staat leuk en echt, daar ben ik echt trots op.

Tot nu toe gaat het goed. Nog geen mouwen er verkeerdomin, een van de twee broekspijpen binnenstebuiten is ook een bekende maar is ook nog niet gebeurd. Ik heb een blouse, broek, trui, tuniek en fleecevest genaaid. Het zit allemaal perfect. Zeker een blouse en fleecevest hoef ik eigenlijk nooit meer te kopen.

O ja, tot slot van dit absoluut oninteressante geklets: ik neem mijn hele klerenkast onder handen. Ik heb met name nogal wat te korte Esprit jurkjes, dat ligt aan mijn lijf en niet aan Esprit. Ik ben wat ‘uitgerekt’ zeg maar, dus een jurk of blouse die in de breedte past, is geheid te kort. Ik werk alles bij op mijn lichaam, en wat niet lukt, gaat weg.

Nou, hier ben ik de hele komende koude periode wel zoet mee.

Naai jij je eigen kleren? Nu je mijn verhaal leest, wordt je daar dan enthousiast van? Of is kleren naaien echt Helemaal Niets voor jou. Dat kan natuurlijk, zo fijn dat er winkels zijn. Dat was in de tijd van Laura Ingalls Wilder wel anders.

 

 

 

Jezelf oppeppen om iets te gaan doen

Voor wie de link gemist heeft die Jantine heeft gestuurd heeft, (dank je wel!), hier nogmaals:

https://www.topics.nl/-bramen-koop-je-niet-die-pluk-je-a9045066degelderlander/?context=playlist/a-wageningen-nederland-bf1fe8/

Ik laat hem maar een dagje hier staan (hij staat inmiddels bij het stukje van gisteren), want ik wil het ergens anders over hebben: over thuis werken. Iemand vertelt me iets wat me doet tintelen: over een huis dat verzadigd is met jezelf.

Een huis moet zijn als een fijne trui, zeg ik altijd. Je moet erin wegkruipen,  het moet als een wollen trui om je heen zitten. Heerlijk vind ik het om te liggen op de bank met kop thee, boek, poes plaid.

Energie krijg ik elders, op reis, in de natuur, in de stad, bij anderen. Ik kan dan overlopen van plannen, bruisend en vol energie.

En dan kom ik thuis, en wentel ik me in mijn huis. Thee, plaid, bank, boek, poes en de energie is weg. (Behoorlijk overdreven hoor want ik ben altijd bezig, maar het blijft lastig om telkens weer mezelf op te peppen om aan de slag te gaan.)

Daar ging dit gesprek dus over. Dat je huis verzadigd is van jezelf en dat je daardoor thuis geen energie meer krijgt.

Daar ben ik al dagen over aan het nadenken. Want er zit zeker iets in. Ik vind het heerlijk om thuis te zijn, maar mezelf aan de slag houden is wel een ding. En misschien is het begrip verzadiging wel een sleutel. Ik schrijf altijd in mijn zitkamer, ik vind het raar om in mijn eigen huis boven in een werkkamer te zitten. Maar die zitkamer geeft wel warmte en gezelligheid, geen energie. Misschien moet ik meer gaan werken met een laptop in een café, eigenlijk is dat heel bevredigend. En dan thuis voor mijn hobby’s houden. Of toch een werkkamer inrichten elders in huis. Maar hoe doet een minihuisbewoner dat dan? Een eenkamerbewoner?

Het gaat overigens niet alleen over computerwerk, maar ook over huishouden en klusjes. In een weekend bij Moeder repareer ik een lekkende kraan, hang een schilderijtje opnieuw op, haal de kelder leeg, zoek de klerenkast uit. Thuis blijven die klusjes tijden liggen.

Denk eens met me mee: heb je er ook last van dat je ineenzijgt zodra je thuis komt? En wat kun je daar aan doen?