Zinnige en onzinnige warmtehouders

Wat zijn er toch veel dingen bedacht die ons door de koude wintermaanden heen kunnen helpen. Hier 21 zinnige en onzinnige gadgets waarmee je heerlijk warm blijft. Handschoenen, pantoffels, drinkbekers, lotiondispersers, voetenbankjes, stoelen: alles met snoertjes of oplaadbaar. De meeste hoef ik niet in huis, maar jij misschien wel?

Advertenties

Koud? Verwarm je stoel

Nog meer inspiratie in de serie over leven zonder cv: de verwarmde stoel. Meestal met handige massagefunctie. Heerlijk voor oma, maar thuiswerkers die de hele dag thuis achter de computer zitten, lijken me een goede nieuwe doelgroep. Het zuinige alternatief is de combinatie plaid met stoof, of plaid met voetenbank en platte kruik. Ook heerlijk, maar zonder massage.

Een verwarmde autostoel is al heel gewoon. Ook goed zelf te maken met behulp van verwarmde kussenmatten. Maar die kun je vast ook wel op je bureaustoel gebruiken, hoewel je dan iets aan de aansluitingen moet doen uiteraard. Toch lijkt het me een goed idee. Immers, wat moet je met je oude bureaustoel als je een nieuwe verwarmde koopt? Dat is niet superzuinig. Een verwarmde mat in je bestaande stoel is meer in mijn lijn.

Op drie foto’s moderne ecohuizen met daarin een houtkachel waarvan de warmte ook gebruikt wordt om een aangebouwde lemen bank te verwarmen. Gewoon het afvoerkanaal onder de bank door laten lopen voordat die de schoorsteen in gaat. Slim hoor, en het lijkt me heerlijk warm. Een foto komt van een site over permaculture. Vuurmeesters maakt prachtige meubels hiermee. Bezoek hun site en je wilt meteen je huis verbouwen. De kleine fotootjes zijn hun kunstwerken. De banken staan dus niet alleen tegen de warme kachel, maar worden zelf warm doordat de schoorsteen onder de bank doorloopt.

Eenvoudiger lijkt me een verwarmd kussen van Sit and Heat uit Nijmegen. Bedoeld voor een caféterras, maar ook gezellig binnen op een houten bank. Zo’n kussen zou je multi in kunnen zetten: tijdens het eten, achter de computer, of inderdaad met een kop chocomelk buiten.

Wat vind je van deze voorbeelden waarbij je niet de lucht in je huis verwarmt, maar de plek waar jij bent. Lijkt een verwarmde stoel je wat als alternatief voor centrale verwarming?

Koud in huis? De kotatsu uit Japan

kotatsuZo leuk, bloggen. Met Selene van het fantastische blog, Schattig Landje waarvan ik eenderde niet kan lezen maar wel gefascineerd raak bij het zien van de Japanse karakters (hoe typ je die?) (eenderde ja, Selene blogt in Japans, Engels en Nederlands), ben ik al vier dagen aan het appen over de kotatsu. Selene kent de kotatsu uit eigen ervaring! Selena haar oma woont in Japan, en zijzelf heeft er ook een jaar gewoond. En daar zat ze met oma en de rest van de familie gezellig onder een kotatsu in de woonkamer.

In de vloer van de woonkamer van oma zit een kleine vierkante zitkuil met daarboven een lage tafel. Op de tafel ligt een grote gevulde deken. Bij de meeste kotatsus zit er onder de tafel een elektrisch kotatsukacheltje bevestigd, maar de oma van Selene gebruikt een verwarmde deken. Daarop ligt een tweede tafelblad. Selene: ‘wacht, ik zal het even tekenen.’

De huisgenoten zitten op kussens rond de zitkuil met de benen onder de deken. Zo eten ze en daarna blijven ze zitten om tv te kijken of samen een spelletje te spelen. ‘Ja, we tafelen lang na, want het is vervelend dat de rest van de kamer koud is. Je moet wel echt zorgen dat je alles bij je hebt voor je aanschuift zodat je niet meer hoeft op te staan. Soms keken we zo de hele avond films. Echt gezellig’ vertelt Selene enthousiast. ‘Mijn oma heeft behalve de kotatsu alleen een straalkacheltje in de woonkamer en verder geen verwarming in huis. Best koud ja.’

Maar in haar eigen huis in Utrecht wil ze geen kotatsu. ‘Nee, daarvoor is mijn appartement te klein. Een kotatsu is niet handig om bij te naaien bijvoorbeeld, een van mijn grote hobby’s, dus ik zou dan toch nog altijd een tweede grote tafel nodig hebben. In een groter huis zou ik een kotatsu zeker overwegen.’

Selene waarschuwt wel voor het zelf in elkaar knutselen van een kotatsu. ‘Je zou iets dergelijks kunnen maken met een lage tafel, een quilt en een kruik eronder. Ga niet zelf iets knutselen met een elektrisch kacheltje, gebruik wel een echte Japanse kutatsukachel.’

Dat laatste lijkt me een goede tip, want een vuurtje is dichtbij. Een straalkacheltje op de vloer trapt geheid iemand om. Of de quilt vliegt in de fik. Of de tafel schroeit weg. Een kotatsukacheltje is speciaal ontworpen om onder een tafel geschroefd te worden en in een kleine ruimte te branden. Maar een Japanse kotatsubrander werkt op 100V, dus je hebt ook nog een dure omvormer nodig.

Nou dan wachten we maar tot iemand in dit gat in de duurzame markt springt. Zou jij overwegen een kotatsu te kopen als die hier op de markt komt?

Koud in huis? De korsi uit Iran

korsiIn een winkel vraag ik de Iraanse eigenaar of hij weet wat een Korsi is.

Zijn ogen beginnen te schitteren. ‘Jazeker, wij hadden vroeger een korsi. Iedereen in Iran had vroeger een korsi. Maar nu heeft iedereen gas.’

Een korsi is een lage rechthoekige of ronde houten tafel met een groot warm kleed overheen gedrapeerd. Daar zit je met zijn allen op kussens omheen. Lekker warm, maar het lekkerste moet nog komen. ‘Mijn moeder maakte houtskool klein en vermengde dat met smeulende kooltjes. Dat legde ze in een bak. En die bak zette ze onder het tafeltje.’

Hij denkt terug aan Iran. Zijn jeugd, zijn land, zijn leven. Met zijn vader, moeder, broertjes en zusjes onder de korsi. Zijn ogen glimmen. Dit is duidelijk een herinnering die hij diep heeft weggestopt. Te lang geleden, zijn huidige leven is te anders.

We praten verder over aardgas in Iran, tenslotte, betoog ik, is aardgas een fossiele brandstof die opraakt. Volgens hem heeft Iran nog wel voor 300 jaar aardgas. Ook in afgelegen dorpen zijn alle huizen aangesloten op aardgas. Dat kan kloppen want Iran behoort tot de 7 grootste aardgasproducenten ter wereld. Maar het is wel een leeg en uitgestrekt land, dus dat moet een gigantische investering zijn geweest van de staat.

De Iraanse winkelier denkt nog steeds aan zijn jeugd onder de korsi bij mama. “Ik was een kind, hoe kon ik weten dat het voorgoed voorbij zou gaan.” Dat geldt niet alleen voor iemand uit een Nederlands dorp, maar ook voor hem.

 

 

Je went aan warmte en dus wil je steeds meer

Bijna elke ochtend overkomt me het volgende: Halfslapend ga ik onder de douche staan met het rode streepje van de mengkraan horizontaal. Dat is lekker warm. Ik geniet. Na een minuut draai ik de kraan ietsje verder door, en het water wordt ietsje warmer. Heerlijk, ik geniet weer. Na nog een minuut draai ik de kraan nog iets verder door, en weer wordt het water ietsje warmer. En weer geniet ik. Dan na nog een minuut doe ik de douche uit (ik stop als de wc stopt met lawaai maken). Als ik masochistisch mezelf op dat moment wil kwellen, zet ik de kraan nogmaals op de eerste stand. Afschuwelijk, afgrijselijk koud is dat dan! Terwijl dat drie minuten ervoor nog zo heerlijk was.

Daar kan je handig gebruik van maken om de temperatuur in huis laag te houden: telkens als je het koud krijgt in je huis van 14 graden, ga je even naar buiten. Afval wegbrengen, papier naar de schuur, compostbakje legen, hout halen: het hoeft maar een minuut te zijn. Daarna is het binnen weer zo lekker warm!

Je went aan een niveau van warm douchewater, temperatuur, suiker, zout, en andere verboden geneugten. En dan wil je ietsje meer. Net zoals bij drugs, maar daar heb ik geen ervaring mee. Net zoals in smaaktesten met consumentenpanels de zoutste soep er altijd als lekkerste uit komt. Want na een hapje zoute  soep, lijkt soep met minder zout een smakeloze hap. Dus maakten soepfabrikanten hun pakjes soep steeds zouter. Tot een wet daar een limiet op stelde.

En dus wordt het overal steeds ietsje warmer.

En nu terug. Via wetgeving? Via ons hoekje op internet? Via een TV-programma waarin ‘een gezin de uitdaging aangaat om de hele winter de verwarming uit te laten’?

 

Koud in huis? Tips van mijn Moeder

houtkachelcvEven overnieuw: ik ben blij met jullie nostalgische reacties op ijsbloemen, maar dat stukje was nog helemaal niet goed. Hier nog zoiets, maar nu vanuit Moeder (nu 87) geschreven.

Dit deed mijn Moeder om het behaaglijk te maken in ons onverwarmde huis met alleen een kolenkachel in de woonkamer.

  • We hadden dikke wollen deken op ons bed. Moeder verwarmde onze bedden voor met een kruik. Ik herinner me rijp op dekens en ijsbloemen op ruiten.
  • Mijn moeder breide wollen truien voor ons allemaal. We droegen lange wollen kniekousen. Bestaan die nog? We droegen warme pantoffels: zelfgebreide dikke kleurige kousen met leren zooltjes eronder genaaid. Ik droeg vaak een maillot onder een broek.
  • We hadden de vitrage dicht en gevoerde velours gordijnen. Voor de voordeur en de tussendeur naar de gang hing een tochtgordijn. Op de grond en op de vensterbank lagen tochtslangen, ook die breide Moeder (en ik!) zelf van restjes wol.
  • Mijn oma had een lange wijde rok aan en zat te breien met haar voeten op een stoof met daarin een test met een gloeiend kooltje. Dat moet heel lekker zijn geweest met die wijde rok rond die warme stoof. Toen ze geen lange rok meer droeg, zat ze altijd met een plaid over haar benen. Zelfgebreid natuurlijk. Mijn opa had een gekochte ‘Schotse deken’.
  • We hielden alle tussendeuren in huis dicht en zaten met het hele gezin in de woonkamer. Dat was immers de enige verwarmde ruimte.
  • Mijn vader -componist, dus altijd aan het schrijven – werkte met handschoentjes waarvan de vingers waren afgeknipt. Daarmee speelde hij orgel (in een onverwarmde kerk), piano in zijn onverwarmde studio, en schreef hij zijn muziek en artikelen.

Wij kregen in 1975 centrale verwarming. Het leven werd meteen anders. We gingen het hele huis gebruiken. Daarvoor waren onze slaapkamers uitsluitend slaapkamers, maar daarna werden het onze leefkamers. Mijn broer en ik kwamen nauwelijks meer beneden en maakten ons huiswerk boven op onze kamers. Nu achteraf denk ik dat Moeder nog wel eens weemoedig heeft teruggedacht aan de gezelligheid van daarvoor.

 

Water moet je niet te lang bewaren

Collega las mijn stukje waarin ik uitleg hoe ik een restant kokend water bewaar in een thermosfles om na een paar uur nogmaals koffie mee te maken (of thee). Hij wijst me erop dat water niet lang houdbaar is, en zeker geen warm water. Hij verwijst naar een artikel van Vitens. Ongekoeld water uit de kraan  is dus hoogstens een dag houdbaar. Hoewel ik me niet kan voorstellen dat er veel bacteriën overleven in een schone thermosfles waarin je kokend water giet, is het uiteraard wel zo dat als dat water afkoelt, elke bacterie geniet en zich razendsnel voortplant.

Gelukkig kon ik hem vertellen dat ik mijn gewoonte inmiddels heb gewijzigd. Ik begon steeds meer te balen van die liters water die hier in huis werden gekookt ook als er maar een beetje werd gebruikt. En om daar nou elke keer iets van te zeggen vind ik vervelend want ik leef nou eenmaal niet in mijn eentje. Bovendien was het deels mijn eigen fout: ik had een oude elektrische waterketel waarin je voor de halve straat water kon zetten, maar het minimum was een halve liter. Ik, zuunige vrek, wilde die niet weggooien want hij was nog goed immers? En intussen liep ik te stressen als iemand weer drie liter water had gezet voor een kopje thee.

Weg ermee. Ik heb al eens geschreven over mijn nieuwe waterkoker waarin je gemakkelijk een kopje water kookt, met driekwart liter als maximum. De thermosfles staat weer in de kast te wachten tot hij met me meemag op een mooie wandeling, vol koffie in het zijvak van mijn dagrugzak  .

Dus: als jij wel warm of koud water bewaart in een thermosfles: wel elke dag verversen.

Hmm, ik moet wel oppassen hoe ik mijn linkjes plaats. Ik beloof jullie, trouwe lezers: een woord zoals artikel, stukje of geschreven linkt altijd naar een artikel, stukje of iets dat getypt is. Want ik schrijf helemaal niets, ik typ alles.