leef groen en goedkoop

Terreinwacht bij het NIVON

 

Dit Pinksterweekend ben ik weer terreinwacht in Lettelbert, de Nivoncamping in Groningen. Dat is leuk!

Terreinwachtje spelen is een fijne manier om goedkoop nog eens ergens te komen. Het NIVON is bovendien een heerlijke club met prachtige campings en huizen op de mooiste plekjes van ons land. Naast het administratieve werk met computer, kassa en pinapparaat, houdt het werk in: mensen zich thuis laten voelen. Een onervaren moeder met vier meiden helpen met het aanmaken van BBQ en vuurtje, zodat ze terug kan kijken op een geslaagd verjaardagsuitje. Een gezin voorzien van tafel en stoelen. ’s Avonds kampvuur aanmaken. Nou ja, dat soort werk. En genieten van het zonnetje voor de blokhut annex kantoor, want als terreinwacht kun je natuurlijk niet zomaar weg.

Even het volgende stukje lezen:

Ontstaan van het Nivon

Het Instituut voor Arbeidersontwikkeling (IvAO) werd op 16 November 1924 opgericht. Vormgevers waren Koos Vorrink en Piet Voogd. Het voorbeeld was de in 1918 opgerichte AJC, die voor de opleiding van jongeren was bedoeld. De ouderen wilden dat ook wel en zo ontstond de IvAO. Bovendien hadden de vakbond en de SDAP een enorme behoefte een getrainde en geschoolde kaderleden. De IvAO kwam ook voort uit de SDAP (voorloper PvdA) en NVV (Vakbond). Het doel was arbeidersontwikkeling (Instituut voor arbeidersontwikkeling!) er kwamen dan ook snel scholen en onderwijsopleidingen. De meeste mensen hadden toen slechts lagere school!)In 1928 kwam daar de NARV bij. De Nederlandse Arbeiders Reis Vereniging (daar is de link met vakanties en huizen).  En in 1928 werd het eerste Nederlandse natuurvriendenhuis opgericht: Krikkenhaar.Later kwamen daar nog het beheer van de lange afstandwandelpaden bij, met uitgave van bijbehorende gidsen zoals het Pieterpad, Drenthepad en vele andere.

Dat is de geschiedenis van het NIVON in het kort. Nu heeft het NIVON prachtige natuurcampings en natuurvriendenhuizen op de mooiste plekjes van Nederland waar de grond vroeger goedkoop was, op de hei, in het bos, in het veen en andere waardeloze gronden. Het NIVON organiseert cursussen, vakanties. Maar wie kent het NIVON? Als iemand het NIVON al kent, is dat van de langeafstandspaden zoals het Pieterpad. “Oh, ik dacht dat de NS dat deed” hoor ik ook vaak.

NIVONcamping Lettelbert in Groningen is een prachtige kleine natuurcamping. Het NIVON is nog steeds een grote vereniging, maar vergrijzend. Welke jonge groep past bij het NIVON? Er is een grote jonge groep die terug-naar-de-natuur en op-zoek-naar-zichzelf wil, yoga in de natuur, speksteensnijden en mandala-schilderen. Die de Happinez en de Flow lezen. Maar velen van hen willen wel luxe, een eigen badkamer op de kamer en niet zoals in de NIVONhuizen met een gezamenlijke badkamer op de gang.

De NIVONcamping Lettelbert is niet hip-gestyled, maar eenvoudig en groen. Niet hip-groen maar echt groen. Met douches op zonne-energie en afvalscheiding in 5 bakken. We maken ’s avonds een houtvuur met zijn allen.

Het NIVON hoort helemaal bij mij. Zo uniek ben ik toch niet, wie van jullie kampeert wel eens bij het NIVON?

Ja ik weet het, dit stukje is uit 2015, maar gerestyled. Hippe ik.

leef groen en goedkoop·thuis

Wonen in Afrika: het huis als boerderij

 

Deel 9 alweer!

Mijn jarenlange verblijf in Afrika heeft mijn blik op eigen huis en tuin definitief veranderd. In Afrika zijn huis en tuin een bedrijf, een boerderij-in-het-klein, ook in de stad. Tuinplanten en kamerplanten zijn in principe eetbaar, kippen en konijnen leveren eieren en vlees, een hond bewaakt je spullen, een kat jaagt muizen weg. Veel stadse huizen in Afrika zijn vrij leeg: ze lijken wel wat op het woongedeelte van een ouderwetse Twentse boerderij: ruim, praktisch, tegels op de vloer, weinig dingetjes die alleen maar zijn om de sfeer te verhogen. Mensen hebben wel wat anders te doen dan nutteloze kamerplanten verzorgen en beeldjes af te stoffen. Ook in stadse tuinen zijn planten eetbaar of op andere manier nuttig. Behalve bij de huizen waar Europeanen wonen dan. Die dan vaak misprijzend kijken naar de tuinen van Afrikaanse families waar helemaal geen Engelse border te vinden is maar wel een veelheid aan stoelen, kippen en een stookplaats met oven.

Sindsdien zie ik mijn huis en tuin ook als een miniboerderij. In Afrika, maar ook hier in Nederland. Er hoort bij dat ik voor het zonnige raam in de voorkamer tomaten kweek, binnen ja. Dat ik een composthoop heb, ook al is mijn achtertuin acht bij zes meter. Dat verreweg de meeste planten in die tuin eetbaar zijn. In de plantenbak aan de voorkant (ik heb geen voortuin) groeit framboos en munt. Ook de meeste kamerplanten zijn eetbaar: citroengras, basilicum, peterselie. Waarom niet?

Maar het gaat niet alleen om voedsel. Er hoort ook bij dat ik weinig koop en weinig afval produceer, want mijn ideale miniboerderij is een gesloten systeem. Het liefst hergebruik ik alles.  Voor afval zoek ik het liefst een nieuwe functie, maar dat is hier in Nederland bijna niet te doen want er komt veelteveel mijn huis in dat ik misschien nog wel eens kan hergebruiken. Dus daar ben ik kritischer op geworden: ik moet het fijn vinden, er inspiratie van krijgen, het moet ‘spark joy’. Want ik heb al vier knopendozen, dus ik haal niet meer elke knoop af van een kapotte blouse. Die kan dan beter in zijn geheel weg. Want ik gebruik eigenlijk nooit een knoop.

Er hoort ook bij dat ik steeds minder dingen wil bezitten die niet nuttig zijn. De meeste boeken kunnen weg want die lees ik geen tweede keer. Ik wil geen verzameling olifantjes. Ik heb een verzameling vetplantjes die ik zelf heb opgekweekt uit afgevallen blaadjes: als ik in het tuincentrum een blaadje zie liggen neem ik het mee en plant het. De meeste groeien uit tot heuse miniplantjes, zo leuk! Maar volslagen nutteloos, hoewel het wel ‘spark joy’.

Er hoort ook bij dat ik zoveel mogelijk zelf maak. Dat moeten dan wel dingen zijn die nuttig zijn, in aantallen die we hier gebruiken. Ik maak de jam die we zelf opeten, that’s all. Ik brei de sokken die we zelf dragen. Ik haak afwassponsjes, twee per jaar is voldoende. Naaien, haken en breien is geen hobby, het hoort bij mijn huishouden. Wat me eraan herinnert dat ik vanmiddag een nieuw tasje moet maken want ik ben het vorige kwijtgeraakt. Dat tasje ga ik maken van een oude paraplu die ik al eens speciaal hiervoor van straat heb opgeraapt.

Ik ben ervan overtuigd geraakt dat deze manier van leven veel meer gewoon zou moeten worden. Dat veel Nederlanders te ver zijn afgeraakt van van het basale leven. Een mens heeft een huis nodig, kleding, voedsel, warmte, sokken en nog meer behoeften, en daar zorg je dus voor. Dat doe je met de mogelijkheden die je hebt, samen met je familie. Je familie, huis en tuin als bedrijf.

Je kunt natuurlijk geld verdienen en dan alles inkopen. En dan op de vensterbank geraniums zetten en varens in de tuin, terwijl je je voedsel bij de supermarkt koopt. Ik wil het anders: die varens komen pas in zicht als ik aan mijn basisbehoefte, voedsel dus, voldaan heb. Tja, het ideaal is ver weg. In mijn schaduwtuin groeien varens heel goed en rabarber doet het van geen meter.

In gesprekken met anderen, merk ik dat velen huis en tuin niet zien als ‘assets’ (wat is het Nederlandse woord hiervoor?). Hoogstens een moestuin, maar die is niet mooi dus verban je ergens ver weg of je huurt er een nog verder weg. Maar je huis, flat, balkon, tuin, kelder, schuur, zolder zien als plekken waar je gebruik van kunt maken, is onNederlands. In een koele kelder teel je Brussels lof en paddenstoelen. Voor een zonnig raam kweek je tomaten en pepers. Aardbeien doen het uitsteken in bakken waarin ook geraniums het uitstekend doen.

Ik kweek geen paddenstoelen in de kelder, ik heb wel wat anders te doen. Het leven is weerbarstig. Maar toch, het ideaal is mijn richtlijn en zit in mijn hoofd.

leef groen en goedkoop

Lente: kamerplanten verpotten

Maandag was ik vrij en het was zo’n heerlijke dag dat ik op zoek ging naar dingetjes om buiten te doen. Dat werd dus een dagje kamerplanten verpotten met daartussendoor eindeloze koffiepauzes, krantleespauzes, kletspauzes en poeskampauzes. Genieten dus.

En net als alles, probeer ik het plantjes verpotten een beetje te stroomlijnen. Dus ik zette alle kamerplanten uit het hele huis op het terras, netjes op volgorde van grootte. ooh wat een orde en netheid, ik leek wel een huisvrouw. Zak potgrond, potten, potjes, schoteltjes en een grote bak, die speciaal hiervoor in de schuur vol potten en scherven staat te wachten op de eerste vrije lentedag, tevoorschijn gehaald en de pret kon beginnen.

Al mijn planten kregen een beurt. Nou, bijna allemaal, want de pauzes duurden te lang en er waren ook nog andere dingen te doen. Zoals fractievergaderen, koken, eten, kletsen, viool spelen en schrijven.

Ja sorry, ik ben niet zo goed in rechtdoor denken, dat hoofd van me springt weer overal heen.

Goed, alle grotere planten kregen een beurt. Uit de pot halen, wortels bekijken, oude potscherven tussen de wortels vandaan peuteren, zoute bovengrond afschrapen, dorre bladeren wegknippen en weer terug in de pot zetten maar dan met verse aarde. Of in een pot een maatje groter: daarom is het handig met de grootste planten te beginnen: in theorie koop je een grote pot erbij en schuiven alle planten een maat door. Ooh wat staat de praktijk ver van deze theorie. Ik verwende ze met een lekkere maaltijd van water met een of ander bruin spul erdoor en een sproeibeurt, en klaar.

Bladplanten kregen een mooie plek op het terras: ik wil zomers geen planten in huis, ze mogen allemaal buiten van het zonnetje genieten. Cactussen en vetplanten staan verspreid in het huis. Vanmorgen keken die me dankbaar aan. Ze hebben zin in de lente en van de zomertijd hebben ze geen last.

leef groen en goedkoop

Een boekenkast vol favorieten

De boekenkast!

Toen ik jong was en mijn bezit aan het uitbreiden was, was ik supertrots op mijn kast vol boeken. Die boeken toonden mijn identiteit. De oude Russen, Fransen, Duitsers en Tachtigers, de nieuwelingen uit Zuid-Amerika, Engeland, VS. Geweldig om te lezen en ik wilde al die boeken perse hebben. Waarom eigenlijk? Toen vond ik het blijkbaar belangrijk om te laten zien wat ik had gelezen. Ik was op zoek naar volwassenheid en eigenheid en die boeken hoorden erbij. Zoon2 heeft nu exact hetzelfde.

Hmm, wanneer was het omslagpunt? Lezen vind ik nog steeds geweldig, maar hebben hoeft niet meer. Ik hoef iets niet meer om me heen om te weten wie ik ben. Veel boeken die ik heb/had tonen bovendien een voorbije identiteit. Vooral kunstboeken kijk ik echt nooit meer in. Ook zijn veel boeken illusies: dat verzameld werk van Nietzsche ga ik echt nooit meer lezen.

Ik wil juist boeken bezitten die me inspireren. Dat kan best een boek zijn over breien of hoe je kamerplanten opkweekt uit zaadjes. Het was even een proces om toe te geven dat ik liever een boek over schoonmaken in de kast heb staan dan de verzamelde werken van Nietzsche. Want hmm, ik heb nogal een elitaire achtergrond van huis uit, waar de boekenkast een hele wand besloeg en boeken bovendien heilig zijn.

Maar goed inmiddels ben ik een vijftiger en wel losgekomen van mijn jeugd toch? Dus ook mijn boekenkast moet er aan geloven. Ik wil een Wall of Fame overhouden: mijn 100 topboeken. Het mogen er best 150 zijn hoor, daar gaat het me niet om. Het gaat erom dat mijn kast niet mijn identiteit hoeft te weerspiegelen maar me inspiratie moet geven. Inspirerende boeken leende ik eerst ook uit de bieb, maar dat bevredigt niet. Omdat ze dan verglijden uit mijn geheugen.

Ik ben hier meer dan een jaar geleden mee begonnen, en inmiddels is mijn kast totaal veranderd. Illusies die ik nooit zal lezen, boeken die me niets meer zeggen, verkleurde kunstboeken: ’t is allemaal weg. En nu ik weer ruimte heb, koop ik met veel plezier weer boeken, maar nu met een ander doel. Boeken ter inspiratie, om energie op te doen, om van te genieten. Ik heb al meerdere planken zo vol heerlijkheden staan, echt geweldig. Over monumentale bomen, over doolhoven, Sinterklaasvieringen bij expats, schoonmaken, het kweken van planten uit zaadjes van tropisch fruit van de markt, vegetarische curry, landschap en geologie. Geschiedenisboeken zoals over Congo, Vikingen, de Noordzee, Europa, de wereld. Er verschijnt zoveel moois! Ook literatuur waar ik helemaal ondersteboven van ben/was toen ik ze las: 100 jaar eenzaamheid, De ontdekking van de hemel, Misdaad en straf, De zwarte met het witte hart, Midzomernachtskinderen en Duivelsverzen.

Echt, een van de beste opruimdingen van het afgelopen jaar, ook al heeft het geen vierkante millimeter opgeleverd, was het compleet opnieuw opzetten van mijn boekenkast.

 

leef groen en goedkoop

De voorraadkast wordt leger

De eerste stap op weg naar een eenvoudige voorraadkast is het opeten van alle voorraden.

Ik ben een eind op weg. Inmiddels zijn twee soorten macaroni, glascouscous, bulgur, rijst, sojabrokken en een soort grauwe linzen op. Plus kemirinotenpasta, zo’n kartonnen pyramide met Zwitserse strooikaas en een fles loempiasaus (nog even en ik moet alles op smaak maken met Worcestershiresaus). Alleen de pot met hard geworden baobabpoeder met pitten heb ik leeggegooid boven de compostbak. Wie weet groeien er wel baobabboompjes uit, misschien niet na de vrieskou van de afgelopen dagen. Baobabpoeder is lekker zoet, maar ik kreeg die pitten er niet uit.

Ik blijf wel verse groenten en onontbeerlijke zaken zoals kokosmelk kopen. Want eerlijk gezegd, ik kan niet goed koken en al helemaal niet zonder kokosmelk. Ook niet zonder sambal, currypasta en pesto. Ik baal ook dat de kemirinotenpasta op is, maar ik vermoed dat geen van jullie weet wat het is en wat je ermee doet. Nou, ik kan niet zonder. Nu sta ik dagelijks kemirinoten te schaven boven de pan, en dat blijkt 30 seconden werk te zijn.

Koken vergt steeds meer creativiteit, want ik begon uiteraard met de gemakkelijkste dingen. Laaghangend fruit noemen beleidsmakers dat. Dat de rijst op is, dwingt me tot het openen van potten met granen die jaren niet open zijn geweest. Die zich stonden te vervelen zonder hoop ooit nog daglicht te zien. Ik heb freekeh heruitgevonden, quinoa en couscous. Hooghangend fruit blijkt toch bereikbaar.

Als alles op is, begint stap 2 op de weg naar een eenvoudige voorraadkast: het weer vullen, maar dan wel met mijn zorgvuldig samengestelde nieuwe basispakket. Ik kijk ernaar uit.

 

 

 

 

 

leef groen en goedkoop

Minder: gevarieerd eten

Nog een ding waarop ik zonder schuldgevoel kan en wil minderen: waarom zouden we elke dag iets anders eten? Ik heb drie jaar in Angola (toen oorlogsland) gewoond, en daar was niet zoveel te koop. We aten rijst, kip, uien, tomaten, fruit en spinazie. Nou ja spinazie: het was groen en eetbaar, en men plukte het ergens. Het was zeker geen spinazie. Verder brood met pindakaas meen ik en cornflakes of zoiets.

In Nederland vond men het vreemd dat wij het heel gewoon vonden om elke dag hetzelfde te eten. Ik leg uit dat bijzonder veel Nederlanders elke dag brood eten als ontbijt en lunch. Waarom moet je dan zo nodig elke dag iets anders eten als warme maaltijd? Waarom wel afwisseling bij de warme maaltijd en niet bij het ontbijt en lunch? Heel wat Afrikanen eten elke dag fufu (maispap) met een heerlijke saus als warme maaltijd. In die saus kun je variatie aanbrengen, naar gelang seizoen. Heel wat Nederlanders eten/aten elke dag gekookte aardappels, groente en een stukje vlees. In Azië eten de meesten elke dag rijst.

Moeder hoefde nooit lang na te denken wat ze ging koken. Elke dag aardappelen. Vrijdag met vis en worteltjes. Woensdag met een gehaktballetje en bloemkool of zoiets. De overige dagen vegetarisch. Door het jaar heen zat er wel een cyclus in, want ze kocht de groenten bij de groenteboer dus die waren sowieso van het seizoen. Wat was daar eigenlijk mis mee? Als ik ’s middags thuiskwam uit school, wist ik wat we ’s avonds zouden eten. Dat was prettig vertrouwd.

Waarom al die verschillende recepten in de kookbladen bij de supermarkt. Kies er zeven uit die passen bij dit seizoen en houd je daar een paar weken aan tot het kolenaanbod vervoorjaart tot stengels en blaadjes.

Ik besluit tot een weekschema, zodat ik nooit meer keuzestress heb en s’ochtends al weet wat er s avonds gekookt moet worden. Heerlijk lijkt me dat.

  1. graan met curry van groenten en tofu, tempeh of paneer
  2. bonen of linzen met groenten en granen
  3. macaroni met Italiaanse saus en vegaballetjes (vrijdag, dan kookt Zoon3)
  4. nasi met sojabrokken en satesaus
  5. pannenkoeken met groentesaus en kaas
  6. restjesdag
  7. restjesdag

Hierbinnen valt uiteraard genoeg te variëren.  Kook jij elke dag wat anders, of gebruik je een schema?

leef groen en goedkoop

Katoenen luiers handiger dan wegwerpluiers

Deel zeven in een serie columns over mijn leven in Afrika en Zuid-Amerika, met als centraal thema hoe dit mijn denken beïnvloed heeft. Nu de invloed van katoenen luiers.

Zoon1 is geboren in Wageningen en was een huilbaby. Dat ging dag en nacht door, wat een ellende, ik in dat studentenhuis met een nieuw leven, een nieuwe rol waar ik nooit voor had geleerd, de eerste baby die ik in mijn handen heb gehad, en toen bleek het een huilbaby. Moeder had tips, schoonmoeder had tips, het consultatiebureau had ook tips. Wat heb ik me vaak ellendig gevoeld. De consultatiearts zei dat ze het wel handig vond dat ze me kon horen aankomen. Ik wilde naar boven in de Hema (luiers kopen of zo) en de lift was stuk. Dus liet Zoon1 eventjes, niet meer dan 3 minuten, beneden bij de trap. Kom ik terug, staat er een kudde bezorgde Moeders die de politie wilden bellen. Gelukkig bestond het mobieltje nog niet, anders hadden ze het zeker al gedaan…..

Achteraf denk ik dat Zoon1 mijn moedermelk niet lekker vond, waar immers inmiddels allerlei vaccinaties en antimalariamiddelen in waren opgelost. Wist ik veel, maar die arts had het wel kunnen weten.

Tante had ook tips, en mijn huisbaas, en alle vrouwen op straat. Dus ik ben zo snel als KLM toestond, Zoon1 was toen 6 weken, ervandoor gegaan naar Tanzania. Alwaar Angerina de Kipara (de kale) op haar rug bond en hem lekker in slaap wiegde.

O ja, luiers.

Uiteraard had ik mezelf prima voorbereid :), en wegwerpluiers meegenomen voor onderweg en de eerste tijd. Handig, dacht ik. Maar wat doe je met een vieze wegwerpluier in een land zonder vuilnisbakken, plastic zakjes en vuilnisophaaldienst? Achter ons huis was een afvalkuil, en zo eens in de zoveel maanden ging daar de fik in. Ik gooi de vieze luiers van de eerste dag in die kuil. Klaar, dacht ik.

Nou helaas pindakaas: ten eerste gaat een vieze luier in de zon vreselijk stinken en ten tweede trekt hij beestjes aan. Vliegen, muizen, ratten, katten, honden. Straathond trekt de luier in kleine stukjes en die kleine poepstukjes plastic liggen vervolgens verspreid door de tuin te stinken. Op dag twee ruimde ik de stinkzooi uit de tuin en sindsdien heb ik nooit meer wegwerpluiers gebruikt.

Katoenen luiers bleken veel handiger. Om zoveel redenen, dat ik echt niet begrijp waarom dat hier in Nederland zo ingewikkeld is. Enkele jaren later had ik met Zoon123 drie kinderen in de katoenen luiers. Je moet even een systeem verzinnen, en dan werkt het als een tierelier.

Ten eerste heb je altijd een billendoekje bij de hand, want een punt van de katoenen luier blijft altijd schoon. Ten tweede heb je geen afval. Ten derde is het weinig werk. Ten vierde is het goedkoop. Dat het ten vijfde ook nog duurzaam is, kon me toen nog niet schelen. Maar ten zesde wel: je kunt zo vaak verwisselen als je wilt en ook Angerina durfde dat besluit te nemen. Ten zevende sluit daarbij aan: geen rode billetjes, geen schimmel, en geloof me, dat is in tropische hitte een supergroot voordeel. Ten achtste kun je een katoenen luier voor van alles gebruiken: ik had overal en altijd een stapeltje luiers bij me, en die gebruikte ik multiinzetbaar. Ten negende is een gemiddelde baby veel sneller zindelijk met een katoenen luier om, want hij merkt al snel een relatie tussen plassen en natte luier.

In Afrika is iedereen ingesteld op katoenen luiers. Als Kipara, Zoon1 dus, bij iemand anders thuis poepte, werd ter plekke de luier uitgewassen. Omdat je een vieze poepluier nu eenmaal niet zo makkelijk in je handtas meeneemt. Het uitwassen is 5 minuutjes werk en hoort bij goed gastheerschap. Als ik nu een Moeder met Baby op bezoek krijg, krijg ik de vraag waar ze de luier in kunnen pleuren. Nou, mijn restafvalzakje staat naast de kraan op het aanrecht en is niet veel groter dan een opgerolde poepluier.

Het uitwassen van een poepluier begint in de wc. Met een hand houd je de luier vast vlak boven de pot, en met de andere hand trek je door. Met een beetje handigheid spoel je alle poep weg, en een beetje Moeder heeft die handigheid al na een dag want een beetje baby die leeft op moedermelk poept zo vijf luiers per dag vol.

In Zimbabwe leerde ik iets nieuws: een roze potje met toverpoeder erin. Je gooide een schep van dat poeder in een emmer koud water en gooide de hele dag de in-de-wc-uitgespoelde poepluiers erbij. De volgende dag kon je de spierwit schone luiers zo ophangen. In Nederland bestond dit spul toen nog niet: oxy action, pure zuurstof.

In Zimbabwe waren overigens wel wegwerpluiers te koop, en die kosten twee en een halve dollar per stuk. Per stuk ja. Ik heb nog wel eens de neiging gehad om er een paar aan te schaffen voor onze vakanties, maar wat doe je met vieze wegwerpluiers in een natuurpark? Liever spoel ik in een beek snel een katoenen luier uit, uurtje drogen en klaar, dan dat ik in harde droge grond een kuil graaf alleen om een wegwerpluier van twee-en-een-halve dollar in te gooien.

Op vakantie in Nederland moest ik wel aan de wegwerpluiers, en ik vond het helemaal niks. Die hele luier wordt vies, dus waarmee poets je dan de billetjes schoon? Ooh, daar koop je dan weer wegwerpdoekjes voor. Ik heb eens een luier in een afvalbakje van een trein gepropt, om hem er toch maar weer uit te halen: de luier was groter dan het afvalbakje. En dan doe je dus wegwerpluier met wegwerpdoekje in een wegwerpzakje, en neem je de stinkzooi alsnog een hele dag mee. Een half uurtje later poept Zoon2 en dan Zoon3. Zucht. Ik verlangde naar katoenen luiers die ik even zou uitspoelen in de wc en nat maar schoon mee zou nemen in een (te hergebruiken) zakje.

Ik heb hiervan geleerd dat jouw leven en het systeem waarin je leeft een geheel is. Daardoor is het zo lastig om eigen keuzes te maken die niet in het systeem passen. Afvalloos leven, plasticloos leven: het kan hier bijna niet. Plasticloos leven zou in Afrika ook geen probleem zijn geweest, net zo min als afvalloos leven. Of eten met de seizoenen, of lokaal eten, of niet uit pakjes eten, of off-the-grid leven: haha, ga in een dorp in Afrika wonen en je moet wel.

Wat hier als superbewust en heel modern door enkelen wordt geprobeerd, heb ik daar allemaal al gedaan. Omdat er geen alternatief was. En ik vond het geweldig.

En voor het geval je jonger bent dan ik: ik weet dat inmiddels de wasbare luier hier helemaal geperfectioneerd is. Zodat het gebruik ervan inmiddels net zo handig is als van de wegwerpluier. Maar dat was toen Zoon123 klein waren anders. Dat was net de periode in betweeen de twee wasbare luierperiodes. Moeder kon me nog leren hoe je katoenen luiers vouwt, maar niemand van mijn generatie jonge moeders gebruikte ze nog.