In de Volkskrant een artikel dat het verbeteren van spoorverbindingen vooral hoogopgeleiden ten goede komt. Die forenzen immers over grotere afstanden. Laagopgeleiden forenzen veel minder: logisch, hun werk kan door iedereen en overal gedaan worden. Je reist geen 100 km om in een winkel te werken. Laagopgeleiden werken dus in hun eigen omgeving, en gaan meer met de auto en de bus. Ze gebruiken dus asfalt. Hoogopgeleiden forenzen ook het meest met de auto, maar naar verhouding gaan ze meer met de trein.

Hmm, sta ik daar met mijn overtuiging dat er meer ingezet moet worden op openbaar vervoer, wat dus in tegenspraak is met mijn andere overtuiging dat we de kloof tussen hoog- en laagopgeleid moeten verkleinen en niet vergroten.

Iets anders dat ik me niet had gerealiseerd: als er betere verbindingen komen tussen stad en platteland, verdwijnen op het platteland banen en komen er in de stad bij. Waardoor dat precies komt, werd in het artikel niet uitgelegd en zie ik niet zo voor me. De hoogopgeleiden gaan dan op het platteland wonen en forenzen met de auto naar de stad. Dat herken ik dan weer wel. Het gevolg is dat huizen op het platteland duurder worden en dat is ook nadelig voor de laagopgeleiden op dat platteland, want gemiddeld verdienen zij minder.

De wereld is ingewikkeld maar een ding is duidelijk: de laagopgeleiden zijn de klos.

Advertenties