Klijnsma wil dat bijstandsgerechtigden een tegenprestatie leveren voor hun uitkering. Dat klinkt logisch, maar daar zit een grote haak aan en dat weet Klijnsma heel goed. Want wat moeten die mensen voor werk doen? Niet voor niets zijn er zoveel werklozen, er is immers gebrek aan werk.  Het is uiteraard niet de bedoeling dat mensen ontslagen worden waarna een ander dat werk overneemt tegen een uitkering, dus zonder contract en bijbehorende rechten en vooral zonder bijbehorend imago van het hebben van een baan.  Als je werk doet wat voorheen door een betaalde kracht gedaan werd, dan heb je dus een baan.

In de dertiger jaren zijn kanalen gegraven en bossen aangelegd door bijstandsgerechtigden. Werk dat diende voor de opbouw van Nederland maar waar geen geld voor was. Werkverschaffing heette dat toen, en wie niet meedeed kwam in de armenzorg. Vooral vanuit socialistische hoek was er kritiek op de slechte arbeidsomstandigheden en het lage loon. Nu in 2013 is er dezelfde kritiek vanuit dezelfde hoek op de nieuwe regeling van Klijnsma.

Nu achteraf kan je een ding zeggen: we genieten nu allemaal van de werken die destijds door onze grootouders zijn aangelegd in die barre dertiger jaren. Nietjes verwijderen, dossierpaginas tellen en schoenen poetsen kan je daarmee niet vergelijken (zie Volkskrant 23-12-13)

Klijnsma is zelf socialiste in hart en nieren. Ze weet dit allemaal best, maar ze vindt belangrijk dat mensen iets doen om in het ritme van werk te blijven zodat ze meer kansen maken bij het solliciteren.  Ze pijnigt zich haar hoofd waarschijnlijk ook over het werk wat ze kan aanbieden.

Ik wil haar wel helpen: we stappen over op de 24-urige werkweek en verdelen zo het beschikbare werk eerlijk over iedereen.

Advertenties